Betrouwbaar Apporteren: Rechtvaardigt dat het Knijpen in het Oor?

Door Suzanne Clothier
Vertaling door Jan Tholhuijsen


Ik ben niet 100% betrouwbaar. Ik slaap door een alarm heen, vergeet hondenvoer te kopen (wat me dwingt om ongewone brouwsels te maken van havermout, eieren en een enkel schijfje kaas). Ik tel vaak pillen in een pillendoosje terwijl ik uitreken hoeveel er nog over moeten zijn, om uit te vinden of ik die ochtend een hond zijn medicijnen al heb gegeven. Ik laat aan bederf onderhevige waren een nacht in de auto liggen. Vergeet om terug te bellen. Maak het waterbakje van de papegaai leeg en laat het dan op de aanrecht staan tot hij er me aan herinnert. Ik gooi cheques te laat op de post of betaal twee keer. Ik roep honden met de naam van andere honden of zeg “kom” wanneer ik eigenlijk bedoel “blijf”. Ik vergeet geboortes en verjaardagen of koop kaarten en cadeautjes alleen om ze op een veilige plek neer te leggen, waar ze maanden of jaren later gevonden worden. Kortom ik ben een volkomen normaal mens. Daarom ben ik niet 100% betrouwbaar.


 


Al pratende met een concurrerende trainer besprak een vriendin van mij de vooruitgang van haar hond. Zij vertelde dat zij wat problemen had gehad bij het apporteren, maar dat het was gelukt op een diervriendelijke manier er aan te werken en dat de hond het nu uitstekend deed. Deze trainer, wist mijn vriendin, was absoluut overtuigd van de noodzaak van het knijpen in het oor van haar hond om hem betrouwbaar apporteren aan te leren. “Mooi”, zei de trainer goedkeurend. “Ik ben blij dat ze het goed doet, maar is ze voor 100% betrouwbaar? Alleen een hond die met dwang getraind is, is betrouwbaar bij het apporteren”.


De wereld van de hondentraining staat bol van dit soort vragen, die van een onzinnige veronderstelling uitgaan. Wanneer we, wat zelden is gebeurd, de logica van de vraag van 100% betrouwbaarheid onderzoeken, ontdekken we hoeveel misbruik er bestaat onder het mom van training. Er zijn hier diverse zaken aan de orde. Allereerst de opvatting dat iemand of iets 100% betrouwbaar is. Op de tweede plaats, dat 100% betrouwbaarheid van het apporteren van wezenlijk belang is. Ten derde dat honden die met dwang getraind zijn, 100% betrouwbaar zijn en op de vierde plaats dat het gebruik van dwang om iets te bereiken wat betrouwbaarder is, daarom gerechtvaardigd is.


Het eerste uitgangspunt over 100% betrouwbaarheid is op zijn minst twijfelachtig. Kijk eens om je heen, denk aan de mensen die je kent, kijk naar je eigen gedrag. Waarom zou je niet nog verder kijken en de normale wereld beschouwen en me vertellen wat je daar ziet dat 100% betrouwbaar is. Ik ken je huis niet, maar in mijn huis functioneert de elektriciteit de meeste tijd, maar niet 100%. Water komt meestal uit de kranen, maar niet 100%. De meeste ochtenden start mijn vrachtwagen, maar niet altijd. Ik ben meestal vriendelijk tegen mijn honden, maar niet altijd. Zie het onder ogen dat niets in deze wereld 100% betrouwbaar is. Wij handelen in ons dagelijks leven, vanuit de gedachte dat mensen naar alle waarschijnlijkheid bepaalde dingen doen. Dat machines op een bepaalde manier zullen functioneren en dat de grond onder onze voeten stabiel zal blijven. Maar soms doen mensen onverwacht vreemde dingen en machines gaan stuk. Soms veranderen aardbevingen onverwacht een schijnbaar stabiele bodem in golven en kloven. Van tijd tot tijd worden we er aan herinnert dat niets onveranderlijk is, dat dingen muteren en niets immuun is voor verandering of mislukking. Toch wordt om een of andere onduidelijke reden van onze honden verwacht dat zij de realiteit van de werkelijke wereld overstijgen en 100% betrouwbaar zijn, tenminste voorzover het apporteren betreft.


Waarmee we bij het tweede punt zijn aangeland. Wat is er zo ontzettend belangrijk om een hond te hebben, die een stuk gewoon gevormd hout of plastic oppakt dat wij nota bene zelf weggegooid hebben? Wanneer mijn vrachtauto me op het verkeerde moment in de steek laat, kan dat dodelijk zijn – letterlijk. Wanneer mijn hond een halter niet apporteert, raakt er niemand gewond. Ik lijd hooguit wat gezichtsverlies, tenminste als ik zo dom ben om mijn ego in de strijd in te brengen. Ik heb mijn entreegeld verloren (minder dat het kost om een vriend mee uit lunchen te nemen) en de tijd, de inspanning en het geld dat nodig is om mij en mijn hond naar de show te brengen. Wat overigens allemaal “inwisselbaar geld” is, tenzij je zo gek bent om geld bestemd voor de kruidenier of de huur aan de hondenshow uit te geven. Als het belang van de dag afhangt van het apporteren van je hond, dan heb je naar mijn idee een heleboel verloren.


Maar hoe zit het met de tijd die je hebt besteed aan het werken met je hond om zover te komen? Hoe zit het met de lange autoritten waarbij je praatte tegen je hond over je gevoelens, plannen en dromen? Met de zonsopgang en zonsondergang die je samen zag? Of het ijsje dat je met je hond deelde? Hoe zit het met het plezier in de ogen van je hond, wanneer hij begreep dat hij en hij alleen die dag jouw hond was? Of had je daar geen tijd voor omdat je te opgewonden was over het mislukken van het apporteren?


De werkelijkheid is, dat het ergste dat er kan gebeuren wanneer het een hond niet lukt om te apporteren is: dat het hem niet lukt om te apporteren. Ik ben me ervan bewust dat een mislukking bij het apporteren zich vertaalt in het verlies van dromen. Soms grote dromen van nationale rangorde, hoog aantal punten, erkenning en waarschijnlijk nog meer. Maar soms verliezen we in onze zoektocht naar glorieuze dromen de werkelijkheid uit het oog. Namelijk, dat wij de honden als “vrijwilligers” uitnodigen om ons te vergezellen. Wij vergeten dat wij degene zijn die ervoor kiezen om te werken met een levende, ademende partner. Een partner met een eigen karakter, met zijn eigen bekwaamheden en met zijn eigen specifieke gebreken. Heel kunstmatig vergroten we een eenvoudige handeling – het apporteren – tot een handeling van bijna monumentale grootte. Een mislukt apporteren is van belang, omdat wij dat zelf vinden. En om geen andere reden.


Laten we een ogenblik aannemen dat apporteren van groot belang is. Dan kunnen we tenminste begrijpen dat absolute betrouwbaarheid bij deze oefening ook van groot belang is. Dat brengt ons bij het derde punt, dat zegt dat met dwang getrainde honden voor 100% betrouwbaar apporteren.Voorstanders van onder dwang apporteren vragen trainers van honden die op een andere manier trainen altijd : “Is de hond 100% betrouwbaar?” De logische keerzijde hiervan is dat met dwang getrainde honden 100% betrouwbaar zijn. Wanneer dit inderdaad waar is en we nog steeds van de aanname uitgaan dat apporteren van groot belang is, dan betekent het dat met dwang trainen beslissend en misschien zelfs noodzakelijk is. Maar natuurlijk is het niet zo dat met dwang getrainde honden 100% betrouwbaar zijn.


Laat ons een onzinnig voorbeeld nemen. De trainer van een met dwang getrainde hond gooit een halter weg en geeft het commando om te apporteren. Als de hond van start gaat wordt de trainer aangevallen door een woedende toeschouwer of hond. Apporteert de hond dan? Misschien, maar misschien ook niet. Dat hangt van de hond af, nietwaar? Trainers die tot de harde kern behoren kunnen mompelen: “Je zou dat uit kunnen proberen. Je hebt alleen wat helpers nodig”.


Wanneer ze dit horen beginnen lezers te sputteren. “Wel, natuurlijk, in zo'n situatie kun je niet van een hond verwachten dat.......” Maar 100% is 100%. Geen uitzonderingen. Geen verzachtende omstandigheden. Maar zelfs voorstanders van met dwang getraind apporteren zullen toegeven, dat zij onder bepaalde omstandigheden kunnen begrijpen dat een hond het apporteren niet volledig uitvoert. Ondanks de eerder aangeduide definitie van betrouwbaarheid (100%) hebben we nu een nieuwe definitie. Honden apporteren betrouwbaar onder bepaalde omstandigheden. De specifieke omstandigheden waarin het apporteren mag mislukken, zijn alleen degene die door de trainer gedefinieerd worden. Als de hond aangeeft dat hij in een bepaalde situatie onmogelijk kan apporteren, staat dit niet ter discussie. Waarom niet? Omdat we klem zitten in een logische redenering die begint met de aanname dat apporteren van groot belang is en dat daarom betrouwbaarheid van groot belang is.


In al mijn jaren in de hondenwereld heb ik heel veel met dwang getrainde honden zien mislukken bij het apporteren. Wanneer je daaraan twijfelt, ga dan eens aan de rand van een of andere wedstrijdring staan. Kijk en vraag dan aan trainers hoe ze hun honden hebben getraind. Nogmaals de harde kern van de trainers die met dwang trainen zal mompelen : “Tja ze hebben het alleen niet goed getraind”.


Het laatste en droevigste punt is: gebruik van dwang om een hogere graad van betrouwbaarheid te bereiken is gerechtvaardigd. Dit punt is alleen al een boek waard, want het bevat het idee dat het toedienen van pijn om resultaten te bereiken aanvaardbaar is. Veel hondentraining is op dit uitgangspunt gebaseerd. Het gaat uit van het diepgewortelde wijdverbreid en geaccepteerd geloof in “mindere”wezens en onze heerschappij over hen. Vanuit dezelfde aanname worden kinderen geslagen uit naam van discipline. Hele rassen zijn uit deze overtuiging onderworpen, tot slaaf gemaakt of uitgeroeid en worden vrouwen beschouwd als minder dan mannen.


Het is een vreemde logische vergelijking die we hier opgebouwd hebben
Apporteren is heel belangrijk
daarom
Is betrouwbaarheid heel belangrijk
daarom
Is ieder middel dat kan worden gebruikt
om de betrouwbaarheid te verbeteren gerechtvaardigd
omdat
Apporteren heel belangrijk is.


Verbeeld je dat je baas bepaalde doelstellingen heeft die hij uiterst belangrijk vindt. Laat ons zeggen dat hij het buitengewoon belangrijk vindt, dat je vijf minuten per week absoluut feilloos beleefd bent tegen een vreemdeling die bij je op bezoek komt. De baas oefent gedurende de week uren met je. Steeds, repeterend wat je moet zeggen, hoe je moet staan of zitten. Precies hoe je je moet bewegen en welke handelingen je moet verrichten, wanneer de bezoeker tegen je spreekt. Iedere vergissing die je maakt wordt afgestraft met een pijnlijke klap op je hoofd.


Ongeveer de enige situatie waaronder sommigen van ons zo'n behandeling zouden “accepteren” zou zijn, als we gevangen gehouden werden. Wanneer de baas onze gevangenbewaarder was, wanneer ons leven ervan afhing hem een plezier te doen, omdat hij het beheer had over ons water, ons voedsel en onze vrijheid. Dan zouden we heel snel leren hoe we hem een plezier konden doen en hoe we de klappen op ons hoofd konden vermijden. En hij zou heel blij met ons zijn. We zouden heel erg betrouwbaar zijn.


Waarom zou een dergelijke behandeling niet acceptabel zijn? Waarom zou je verontwaardigd zijn wanneer de leraar je kinderen aan hun haren zou trekken. Om op die manier je kind betrouwbaar te leren vermenigvuldigen? Zou het okay zijn wanneer je baas de klap op je hoofd verbloemde door het een“liefdesdreun”te noemen? Wanneer hij het rechtvaardigde door tegen je te zeggen hoe ver je op die manier kon opklimmen in de bedrijfshiërarchie? Zou het aanvaardbaar zijn als de leraar van je kind haar techniek omschreef als “haarmassage”? Zij er op wees dat de cijfers voor wiskunde van je zoon misschien daarom beter waren dan die van de kinderen, die niet aan hun haar getrokken waren?


Uiteindelijk is de mate van pijn die je wilt verduren of wilt toebrengen voor een groot deel afhankelijk van het belang dat je toekent aan een bepaalde activiteit. Voor sommige werknemers is het hoog in de bedrijfshiërarchie opklimmen het waard om dreunen op hun hoofd te krijgen. Voor sommige ouders rechtvaardigen hogere cijfers voor wiskunde dat hun kind aan de haren getrokken wordt. En voor sommige trainers is het apporteren belangrijk genoeg, om het toebrengen van pijn aan hun “beste vriend” te rechtvaardigen. Is het belangrijker dan de blik van angst en pijn in de ogen van de hond? Is het het waard dat je “beste vriend”terugdeinst voor jou, als je naar zijn oor reikt? Als het zo belangrijk is, is het het dan niet waard om andere methoden te onderzoeken en onder de knie te krijgen, die je hond geen pijn doen?


Heel veel hondentraining is in werkelijkheid nauwelijks verhuld misbruik. Het heeft niets te maken met het opvoeden van een dier, maar een heleboel met onze ego's. Met ons toekennen van belang aan betrekkelijk onbelangrijke handelingen en onze eigen diep gewortelde ideeën over dieren. Diervriendelijke training begint met een kritische kijk op aannames en veronderstellingen die veel traditionele benaderingen onderbouwen. We worden betere trainers door te weigeren kritiekloos datgene te slikken wat ons als waarheid wordt voorgeschoteld. Door ons eigen inlevingsvermogen en onze waarnemingen en door te zoeken naar betere manieren om de honden waar we van houden te onderrichten en op te leiden.
De ogenblikken in ons leven waarin het apporteren enorm belangrijk is, zijn zeer, zeer zeldzaam. Zijn die ogenblikken de prijs waard die je aan je hond voor betrouwbaarheid vraagt? Let wel, anders dan bij jou, is hij bij het aanleren van met dwang apporteren voor 100% betrokken en voelt 100% de pijn.

Join the Discussion

comments powered by Disqus

Product Tags

Use spaces to separate tags. Use single quotes (') for phrases.

Additional Information

Year No
Topics No
Author Suzanne Clothier
Presenters No

Reviews

Only registered users can write reviews. Please, log in or register