Die Verdraaide Dominantie Discussie

Door Suzanne Clothier
Vertaling door Jan Tholhuijsen


Hondentrainers vinden het soms moeilijk om duidelijk te definiëren wat zij onder “dominantie” verstaan. Velen weigeren merkwaardig genoeg in dat begrip “ te geloven”. Alsof het iets is wat lijkt op buitenaards leven of op besmettelijke ziekten. Ik vind dat verwarrend en een beetje verontrustend. Misschien omdat uit de benadering “ik wil er zelfs niet aan denken!” geen zorgvuldig onderzoek blijkt van een ingewikkeld en emotioneel beladen onderwerp.


 


Dominantie is niet noodzakelijk een synoniem voor pikorde of starre hiërarchie. Het is niet een synoniem voor agressie, dwang, misbruik, macht. En toch houden veel trainers in een gesprek over dominantie koppig vast aan de synoniemen die hiervoor genoemd zijn. Dominantie is eenvoudig het vermogen om invloed uit te oefenen op anderen, ofwel door maatschappelijke overeenstemming, onderhandelen, intimidatie of ronduit door macht. Wanneer beide partijen het volledig eens zijn en overeenkomstig handelen is er geen sprake van dominantie. Die doet zich alleen voor wanneer er een conflict is – hoe goedaardig ook - tussen de belangen van de ene en van de andere partij.


Dominantie is maatschappelijk prestige. Het is een heel flexibele dynamische toestand, die optreedt in een bepaalde context en in een bepaalde situatie. Maatschappelijke interactie heeft te maken met wat er gebeurt tussen twee of meer sociale wezens. De wreedste dictator of de meest welwillende leider is een eenzame man, wanneer hij op een onbewoond eiland aangespoeld is. In ons dagelijks leven zien we overal waar we kijken, dat dominantie zich voordoet binnen een bepaalde context en situatie. Bijvoorbeeld de tiran op het schoolplein die andere kinderen dwingt aan hem hun geld voor melk te geven, is in die specifieke situatie misschien “dominant”. Maar neem hem mee naar het plaatselijke politiebureau of zet hem tussen oudere highschool leerlingen en je ziet waarschijnlijk iets totaal anders. Zo kan een politieagent dominant zijn wanneer hij een kilometervreter op de bon slingert. Hij zal zich echter zeer nederig gedragen als een agent van de Secret Service opduikt om de weg vrij te maken voor de President. Dezelfde oudere highschool leerlingen zullen zich heel anders gedragen in de aanwezigheid van sporthelden die ze bewonderen.


Vergeet kippen of honden of wolven of chimpansees. Hoe dominantie zich bij mensen uit is fascinerend. Voor een boeiende opvatting, lees hier over het artikel over “duidelijk aanwezig zijn”. Er bestaat soms een stilzwijgende afspraak waarbij een persoon de toonhoogte van zijn stem bewust omhoog en omlaag brengt om die aan te passen aan die van een meer dominante persoon. Met overtuigingskracht praten is slechts één van de ontelbare manieren waarop we met elkaar communiceren.


Ik vermoed dat mensen door het begrip dominantie gefrustreerd en verward raken, omdat ze uitgaan van een vaststaande feit. In plaats van twee of meer contacten te beoordelen voor wat ze zijn: momenten, ervaringen, punten op een continuüm, veranderlijk van situatie tot situatie, afhankelijk van stemming, de omstandigheden, de hulpmiddelen, ervaring, kennisniveau, gezondheid etc. etc.


Zijn er dieren of mensen die routinematig in staat zijn om succesvol hun invloed op andere uit te oefenen, ongeacht de groep waarin ze geplaatst zijn? Natuurlijk, net zoals er dieren en mensen zijn voor wie het buitengewoon moeilijk is om ooit succesvol te zijn in een groep. Voor een interessante kijk op een dier dat bijna altijd laag in rang stond en dat in het jachtseizoen er in slaagt door zijn kennis van jagen de leiding over te nemen in een hele groep chimpansees. (zie het boek van Franz de Waal: “Chimpanseepolitiek (1982)).


Zorgvuldig lezen van de aanzienlijke hoeveelheid literatuur over gedrag van mens en dier, zal degenen die meer willen weten over hoe dominantie bij verschillende soorten zich uit, meer inzicht verschaffen. In het algemeen geldt, hoe groter de rijkdom van de omgeving is, hoe vrijer en flexibeler en toleranter de sociale soorten zijn. Hoe meer beperkingen er zijn in termen van bronnen of toegang ervan, hoe strikter de regels zijn. Frans de Waal geeft een verbazingwekkend verslag van wat er gebeurt wanneer je dieren met beperkte bronnen en een strikt hiërarchische cultuur samenbrengt met dieren met een veel meer ontspannen en aan bronnen rijkere cultuur.


Hier volgen wat simpele voorbeelden uit ons dagelijks leven. Als er volop brandstof is, kunnen we alles kopen wat we nodig hebben. Of tenminste alles wat we ons kunnen permitteren, want geld is een andere bron die beperkt kan zijn. Maar wanneer er tekort aan water of brandstof is, zijn er zeer strikte regels van kracht. Regels die aangeven hoeveel ieder van ons van de beschikbare bron mag hebben. Voor degenen die te jong zijn om het zich te herinneren, er was een brandstof tekort in begin 80-jaren, zodat strikte regels werden toegepast voor alle automobilisten. Je kon je tank alleen vullen op bepaalde dagen. Er ontstonden lange files tijdens het wachten op de mogelijkheid om te tanken. Geweld brak uit wanneer mensen meenden dat het hen onmogelijk werd gemaakt om te kunnen tanken etc. etc. Historische en huidige gebeurtenissen wijzen op lang bestaande conflicten die zich afspelen rondom waterrechten in gebieden waar water een beperkte bron is.


Ik heb tot mijn grote verrassing andere trainers ontmoet die in alle ernst zeiden dat zij: “niet geloven in sociale hiërarchie of dominantie.” Of je ervoor kiest om het “te geloven” of niet, mijn ervaringen met sociale dieren (op twee of vier benen), vertellen me dat dominantie heel reëel is. Wanneer iemand dat betwijfelt, nodig ik hem uit om een kleine emmer graan te nemen om onze kudde van 25 koeien te voeren. Naar mijn idee hebben de trainers die niet “geloven” in het dagelijks leven geen ervaring met een groep dieren. Zij begrijpen niet wat dieren ons vertellen. Vooral niet wat groepen dieren ons vertellen die geconfronteerd worden met een beperkte bron of een nieuw dier of voedertijd. Zij zien ook niet goed hoe sociale dieren op heel veel verschillende manieren met elkaar omgaan, hoe conflicten worden opgelost, voorkomen worden, of juist escaleren.


Een experiment dat waarschijnlijk veiliger is dan een beperkte bron met een hongerige kudde delen, is het volgende: probeer eens aan een hele groep cursusdeelnemers een parkeerplaats aan te bieden dichtbij het gebouw, een kop koffie, een donut en een sandwich. Laat ze zich eerst allemaal verzamelen en kondig dan de “unieke” bron aan. Op de een of andere manier zullen geluk en timing degenen bevoordelen die vroeg kwamen en die niet noodzakelijk de meest dominante zijn. Wij neigen altijd timing, geluk en andere factoren te vergeten, die ook van invloed zijn of een dier al of niet succes heeft.


Laten we nog eens naar ons eigen soort kijken en hoe een hiërarchie ontstaat bij leerlingen van een peuterklas. Sociale Dominantie in Peuterklassen** is een verslag van een intrigerend onderzoek door Pelligrini Roseth e.a. Zij bestudeert hoe driejarige kleuters leren zwemmen in de ingewikkelde wateren van sociale interactie. Hoe ze daarbij gebruik maken van een verscheidenheid aan strategieën, variërend van agressie tot verzoening om “sociale dominantie te krijgen en te behouden”.


Een trainer schreef in een on-line discussie: “Het woord dominantie is zo vaag dat ik het niet bruikbaar vind”. Ieder van ons moet definiëren wat zo vaag is, dat het niet bruikbaar is. Speciaal wanneer een term dikwijls gebruikt wordt en vooral als die term onzorgvuldig gebruikt wordt. In het zoeken naar dat soort definities stuiten we onvermijdelijk op zaken die niet overeenkomen met onze opvattingen over het begrip. Naar mijn mening helpt het niet om een verwarrende of vage term dan maar te schrappen.


Dezelfde trainer zei verder, “ tot een theorie is uitgetest op een soort, moet die soort niet het stempel krijgen van een bepaalde karaktereigenschap”. De literatuur staat vol met verslagen over dominantie en sociale hiërarchie bij honden. Om mee te beginnen raad ik aan het fundamentele werk van Fuller en Scott, omdat zij duidelijk definiëren hoe ze dominantie bepalen (speciaal in de beknopte versie van het boek). Ik vind het moeilijk om te zien dat bij bestudering van interacties tussen soorten, de soort met speciale eigenschappen gelijkgeschakeld wordt met de andere. Je hoeft geen zoöloog of gedragsdeskundige te zijn, om op te merken dat wanneer je een bot tussen twee honden gooit, de kans groot is dat de één het bot veel meer in zijn bezit zal hebben dan de ander. Hetzelfde gebeurt, wanneer je een schaal ijs aan twee kinderen geeft.


Interessant is ook dat Fuller en Scott opmerken dat er tussen de vijf rassen die zij in hun onderzoek bestudeerden significante verschillen waren in de wijze waarop dominantie zich manifesteerde. Shelties bijvoorbeeld, namen de ruimte in bezit op een zodanige manier dat de hoogste in rang volledig gebruik kon maken van de ruimte, terwijl de lageren in rang meer beperkt gebruik van de ruimte mochten maken. De Cocker Spaniels daarentegen, namen helemaal geen bezit van de ruimte en vochten zelden onderling. De ruwharige FoxTerriers hadden zo'n sterke hiërarchie, dat zij op jonge leeftijd gescheiden moesten worden in man/vrouw paren of man/vrouw/vrouw trio's om gevaarlijke gevechten te voorkomen.


De trainer klaagde ook dat de toepassing van de “pikorde” bij kippen gebruikt werd bij honden zonder dat dit dominantiemodel uitgetest was. Zij zou hier, naar mijn mening, nauwkeuriger moeten zijn. Het probleem bij het overnemen van studies gedaan bij kippen en het toepassen op honden was niet dat de ideeën over sociale hiërarchie en dominantie onjuist zijn. Het probleem zit in het generaliseren naar honden toe van de zeer starre “pikorde” die je ziet bij opgesloten gevogelte. In die situatie is ruimte een beperkte bron. Dus interacties die bij voldoende ruimte vermeden zouden kunnen worden of geminimaliseerd, worden in zo'n situatie geïntensiveerd of onvermijdelijk. Zonder de belangrijkste aspecten van natuurlijk gedrag van gevogelte in aanmerking te nemen en alleen uit te gaan van de conflicten die onvermijdelijk zijn wanneer natuurlijk gedrag onmogelijk gemaakt wordt, zijn de conclusies die getrokken worden onjuist.


Bij vrij zwervend gevogelte (kippen en kalkoenen) zoals op onze boerderij, zijn er nog steeds sociale conflicten. Er zijn duidelijke bewijzen van sociale hiërarchie en dominantie conflicten tussen individuele vogelparen, maar ze zijn tot een minimum beperkt. Een vogel kan ervoor kiezen om elders op zoek te gaan naar vers gras of insecten, in plaats van om een plek te vechten bij de enige voederbak of waterbak of beschikbare nestkastjes, zoals opgesloten vogels wel moeten doen. Dominantie en hiërarchie worden alleen zichtbaar, wanneer wij buiten versnaperingen geven, zoals druiven voor de kalkoenen. Meestal krijgen degenen de versnaperingen die ze het eerste zien. Tenminste tot de vogels die hoger in rang zijn het opmerken en dan kunnen die en dat gebeurt ook, een groter aandeel opeisen. Tenzij we zoveel uitdelen dat de bron geen beperking kent. Of we verspreiden de versnaperingen over zo'n ruim gebied, dat niemand zich onder druk gezet voelt en onmogelijk het hele gebied kan beheersen.


Onderzoek bij varkens toont aan dat wanneer er voldoende vierkante meter ruimte per varken is, agressie drastisch vermindert. Er is voor de varkens genoeg ruimte om geen inbreuk te hoeven maken op de persoonlijke ruimte van andere varkens (een noodzakelijke behoefte voor ieder sociaal dier). Mensen kunnen elkaar doodtrappen bij uitgangen in overvolle ruimtes, niet in open velden.


Zet honden in een zeer kleine ruimte en beheer strikt hun bronnen, zoals gebeurt bij opgesloten vogels. Je kunt er zeker van zijn dat je een gedrag gaat zien (of veel meer energie) dat je niet ziet bij honden die leven met meer ruimte en meer beschikbare bronnen. Vraag het aan iedereen die in een kennel of asiel gewerkt heeft of die veel honden heeft in een betrekkelijk kleine ruimte. Ervan uitgaan dat een omgeving met veel bronnen beoordeeld kan worden met een model dat is gebaseerd op een omgeving met beperkte bronnen en opgesloten populatie – is onjuist en is onjuist naar beide kanten.

Join the Discussion

comments powered by Disqus

Product Tags

Use spaces to separate tags. Use single quotes (') for phrases.

Additional Information

Year No
Topics No
Author Suzanne Clothier
Presenters No

Reviews

Only registered users can write reviews. Please, log in or register