Hij wil alleen maar “Hallo” ! zeggen

Door Suzanne Clothier
Vertaling door Jan Tholhuijsen


Rustig gezeten op een bank in het winkelcentrum naast mijn man, was ik met mijn eigen zaken bezig, toen de man dichterbij kwam.  Ik keek op toen de man naast me ging zitten.  Hij zat voor mijn gevoel een beetje te dicht bij me, dus schoof ik wat dichter naar mijn man, die druk bezig was een boek te lezen en geen aandacht aan me schonk.  Omdat ik me nog steeds een beetje ongemakkelijk voelde met de vreemde man zo dicht bij me, draaide ik mijn hoofd lichtelijk weg, waarmee ik liet blijken, dat ik geen belang stelde in enig contact.  Tot mijn schrik leunde de man naar me toe en begon mijn hals te likken, terwijl hij me ruw betastte.


 


Toen ik gilde en hem wegduwde begonnen mijn problemen pas echt.  Mijn echtgenoot gooide me boos op de grond, terwijl hij tegen me schreeuwde. “Waarom deed je dat?  Hij probeerde alleen vriendelijk te zijn en hallo! te zeggen.  Wat een lichtgeraakte teef ben je!  Je zult moeten leren om je beter in het openbaar te gedragen.


Mensen die rond ons stonden keken naar ons en schudden droevig hun hoofd.  Ik hoorde er een paar mompelen dat zij vonden dat mijn echtgenoot iets aan mijn gedrag moest doen; sommigen zeiden zelfs dat hij zo'n gewelddadige vrouw niet meer in het openbaar mee moest nemen, totdat ik beter opgevoed was.  Terwijl mijn man me naar de auto sleurde, merkte ik op dat de man die mij betast had een stukje verder het winkelcentrum in was gelopen en hetzelfde deed bij andere vrouwen.


Dit is een dwaas scenario, nietwaar?  Op de eerste plaats weet iedereen die me kent dat ik nooit in een winkelcentrum kom, behalve als ik er echt toe gedwongen word.  Maar in ernst, geen serieus mens zou mijn reactive op de onbeschoftheid van de man beschouwen als ongepast en slecht.  Door in mijn persoonlijke zône binnen te dringen overschreed de man de grenzen van fatsoenlijk, beschaafd gedrag; mijn antwoord zou als zeer terecht beschouwd worden.


Dat mijn echtgenoot me zou straffen, omdat ik op een dergelijke onbeschoftheid reageer door te schreeuwen en de beledigende persoon weg te duwen, is misschien het meest belachelijke aspect van dit scenario.  Wanneer hij op zo'n manier zou handelen, dan zouden zelfs de meest toevallige toeschouwers van mening zijn, dat zijn ego veel belangrijker was dan mijn veiligheid en comfort, en dat hij zich totaal niet kon indenken hoe ik mij in deze situatie voelde.


Gelukkig voor mij is dit scenario volkomen fantasie.  Helaas is dit voor veel honden een zeer reëel scenario dat zich veel te vaak herhaalt.  Dit is onvermijdelijk wanneer eigenaars waarvan de honden zich grof hebben gedragen, weglopen met als commentaar “die agressieve hond” (daarmee wordt de hond bedoeld waarvan de persoonlijke ruimte is binnen gedrongen) en het klassieke commentaar, meestal gezegd op een verongelijkte toon, “Hij wilde alleen "hallo" zeggen”.


Jaren geleden plaatste een vriendin van mij uit Texas een Greyhound bij een persoon in het noordoosten, waarvan verondersteld werd dat ze kennis van zaken had.  Deze persoon gaf cursussen over de hele wereld over de zorg en training van een bepaald dier, dus mijn vriendin vond het helemaal geen probleem om deze prachtige hond bij haar te plaatsen.  Minder dan een week later, ontving mijn vriendin een hysterisch telefoontje, waarin de zogenaamde deskundige dreigde de Greyhound in te laten slapen omdat ze agressief was.  Omdat ik degene was die het dichtst bij woonde, die redding kon brengen vroeg mijn vriendin uit Texas mij om te kijken wat ik kon doen, terwijl ze me duidelijk maakte dat dit een van de beste Greyhounds was die ze ooit had gered – hij had zich ongelooflijk tolerant getoond naar alle andere honden en dieren.


Toen ik sprak met de nieuwe eigenaar, vroeg ik wat er aan de hand was.  Haar antwoord was bedroevend klassiek:  “Wel, Champ is zeer agressief.  Bijvoorbeeld, hij lag juist op het hondenbed en mijn twee Golden Retrievers kwamen naar hem toe om “hallo”te zeggen en toen viel hij aan.  Het is verschrikkelijk !”


Op mijn eerste opmerking dat de Greyhound totaal geen blaam trof, was haar commentaar dat de Golden Retrievers juist naar haar toe waren gekomen om “hallo “ te zeggen.  In het algemeen lopen honden die samenleven niet naar elkaar toe om herhaaldelijk "hallo" te zeggen, net zoals je niet iedere keer wanneer je een kamer binnenkomt, naar een familielid toeloopt om "hallo" te zeggen.


Verder doorvragen onthulde dat de lichaamshouding van de twee Golden Retrievers, terwijl ze “hallo” zeiden, zeer hoog was, oren naar voren en staarten omhoog en zeer langzaam zwaaiend – een confronterende houding, geen begroeting.  De Greyhound draaide allereerst zijn kop weg, maar toen de twee Golden Retrievers aan hem begonnen te ruiken en te duwen, begon hij zachtjes te grommen.  Dan, toen zij bleven doorgaan, sprong de hond tenslotte op met een snauw.  Ondanks haar hysterische beschrijvingen van de “gevechten”, wilde ze me wel vertellen hoeveel schade de Greyhound had veroorzaakt:  helemaal geen.


Toen we verder spraken, werd het beeld steeds duidelijker:  de twee Golden Retrievers waren zeer verwend, aanvallend naar andere honden en beslist niet gelukkig met deze nieuwe hond in hun huishouden.  De vrouw gaf vrolijk toe dat de twee Golden Retrievers niet al te goed opgevoed waren en dat ze soms moeite had om hen in het bijzijn van andere dieren onder controle te houden, maar “zij waren zó lief en er zit geen greintje kwaad bij”, vertelde ze me.


De Greyhound daarentegen, beschouwde ze als een woest, agressief en gevaarlijk dier, dat ze nu altijd gemuilkorfd had.  Ik dacht nog een ogenblik om te proberen deze vrouw iets te leren over hondengedrag, maar besloot dat het beste voor deze hond was weg te gaan en hem mee te nemen.  Zo deed ik en tegen de tijd dat ik thuis was met deze ongelooflijke hond, had hij een andere naam Beckett en hij bleef bijna twee jaar bij mij, tot ik hem plaatste bij een vriendin die hem aanbidt.  Wat zijn “agressie” betreft, ik zag er nooit een teken van, in welke situatie dan ook.


Terwijl er veel teleurstellende aspecten zijn waarmee een hondentrainer te maken heeft, is één van de meest storende scenario's de situatie waarin een hond juist handelt, maar toch gestraft wordt (in naam van “opvoeding”) door mensen die niet begrijpen wat normaal hondengedrag en reacties zijn.


Jammer genoeg krijgt normaal gedrag al snel het etiket “probleem”gedrag en de hond is nu een “probleem hond”.  Afhankelijk van de kennis en het inzicht van de trainer of instructeur zal de hond door goed bedoelde pogingen om het gedrag uit te bannen of te veranderen, slechts in de war of geïrriteerd raken.  Ook kan het zijn dat de hond zich ernstig gestraft voelt door het gebruik van een aantal afschuwelijke en zinloze technieken.


In het geval van Beckett kostte een gebrek aan kennis hem bijna zijn leven.  Was ik niet tussenbeide gekomen, dan zou zijn buitengewoon slecht geïnformeerde eigenaresse hem als agressief hebben laten inslapen.  In de meeste gevallen wordt het werkelijke probleem – de ongemanierde hond en ongemanierde eigenaar die zijn hond toestaat om onbeschoft te zijn – zelfs niet opgemerkt of aangepakt.


Het volgende is een echte e-mail van een bezorgde eigenaar (herdrukt met toestemming).  Terwijl ik de details veranderd heb om de onschuldige (de hond) te beschermen, is het een uitstekend voorbeeld van een eigenaar die hard geprobeerd heeft het goede te doen met en voor haar hond en van instructeurs die het goed bedoelden, maar jammerlijk mislukten, toen het er op aan kwam normaal gedrag tussen honden onderling te begrijpen.


(NB. alle dik gedrukte woorden zijn van de auteur van dit artikel. Onthoud dit goed)



Beste Suzanne:


Je kent me niet, maar L. is een vriendin van mij en zij stelde voor, dat ik je zou schrijven over het vreemde gedrag van mijn hond. Ik heb een golden retriever, teefje (gesteriliseerd), 3 jaar oud, met de naam Cream.  Cream komt van een goede lijn (kampioen showlijn), en is “bijna” jouw ideale golden retriever:  lief, mal, mooi , houdt van ALLE mensen.  Onlangs werd Cream een gecertificeerde therapie-hond via de Delta Society.


Toch heeft Cream een probleem:  ze haat jonge, overactieve honden.  Wanneer een hond tegen Cream opspringt wordt Cream agressief – begint te grommen, toont haar tanden en als de hond de wenk na een paar seconden niet begrijpt, zal Cream hem “aanvallen”Iedere keer als dit voorkomt, gebeurt het zeer snel en trek ik Cream onmiddellijk weg van de hond (en “corrigeer” haar – door haar neer te drukken, haar snuit vast te houden en haar een beetje heen en weer te schudden, terwijl ik heel streng “NEE!”zeg etc.) Cream houdt er zelfs niet van dat jonge honden haar likken – ze hapt dan naar hen wanneer zij dat doen.


Nu vertoont Cream dit agressieve gedrag alleen naar jonge, opgewonden honden.  Cream heeft vaste hondenvrienden waarmee ze bijna dagelijks speelt – zij stoeien, happen naar elkaar en rennen samen rond.  Sommige van de honden waarmee ze speelt zijn ouder, sommige zijn van dezelfde leeftijd, sommige zijn zelfs jonger, de jongste is nu ongeveer negen maanden.  Ze speelt met beide seksen, maar ze schijnt de voorkeur te geven aan reuen (Cream was met tien maanden gesteriliseerd).


Cream is goed gezond.  Zij volgt een dieet van rauw voedsel, haar antistoffen zijn getest in plaats van vaccinaties, ze heeft een volledig bloedonderzoek en schildkliercontrole gehad en beide waren prima; haar ogen zijn onderzocht (volgens de methode van de CERFed = Canine Eye Registration Foundating) en zijn goed. Zij heeft een milde vorm van heupdysplasie, maar heeft er geen last van en zij vertoont geen symptomen.  Zij is als pup zeer goed gesocialiseerd en ik neem haar overal mee naartoe (winkelcentra, parken, soms naar het terrein van de universiteit).


Cream heeft een heleboel gehoorzaamheidscursussen gedaan, te beginnen met een jonge puppy-klas toen ze een pup van vier maanden oud was.  De laatste paar maanden gaat ze naar een basis gehoorzaamheidsklas met jonge honden – ik heb getracht haar gedrag tegenover jonge honden te veranderen.  Ik heb haar beloond met voedsel wanneer ze geen agressief gedrag naar een pup vertoonde.  Het ging prima, maar twee weken geleden, liep een jonge mastiff puppy weg van haar eigenaar en stormde naar Cream toe. Zij botste tegen Cream op en het was alleen maar omdat ze heel erg opgewonden was – ze was niet agressief en Cream begon te grauwen en te snauwen.  Vervolgens deed vorig weekend een zwarte labrador pup hetzelfde en Cream regeerde op dezelfde manier.  Tijdens de les in de klas kijkt Cream zelfs niet naar de puppy's – hij heeft de hele tijd zijn rug naar hen toegekeerd.


Ik heb de hondentrainers van de klas in verlegenheid gebracht, omdat zij werkelijk niet weten wat ze hieraan moeten doen.  Cream is normaal zo'n lieve hond, volgt commando's goed op, is leuk met mensen.  Cream is ook geweldig met kinderen, en heeft een eindeloos geduld met hele kleine kinderen – zij kunnen aan haar oren trekken , haar stevig omhelzen, aan haar staart trekken – en Cream vindt het niet erg. Cream gaat goed om met honden die kalm zijn, is zelfs vriendelijk naar ze, zwaait met haar staart en probeert ze zelfs over te halen met haar te spelen.


Cream heeft enige slechte ervaringen gehad met honden.  Een pitbull sprong uit een auto toen we aan het wandelen waren en viel Cream aan (Cream was ongeveer zeven maanden).  Honden die uit hun huis renden hebben haar aangevallen en honden waarvan verondersteld werd dat ze vastzaten, raakten los en vielen haar aan.  Hebt U enige suggesties of theorieën voor ons? Ik zou iedere gedachte die u hebt over onze situatie waarderen.


Lee Anne.



 


Lee Anne probeerde zo grondig mogelijk te zijn in haar beschrijving voor mij van Cream's geval.  Haar bezorgdheid was duidelijk en uit datgene dat ze me voorlegde bleek dat ze een eigenaresse was, die veel tijd besteedde aan het werken met en trainen van haar hond.  Vanuit mijn oogpunt was het beeld dat zij schetste duidelijk – Cream was een volkomen normale hond die, van tijd tot tijd, door ongemanierde honden gedwongen werd een grens te trekken en hun exact duidelijk te maken hoe ongemanierd ze geweest waren.


Jammer genoeg voor Cream werd haar terechte antwoord op onbehoorlijk gedrag verkeerd geïnterpreteerd en gezien als agressie en werd ze gestraft. Ik heb geen flauw benul van de enorme verwarring die bij een hond ontstaat, die juist gehandeld heeft, maar ondanks dat gestraft wordt.



“Wanneer een hond tegen Cream op begint te springen, wordt Cream agressief – begint te grommen, toont haar tanden en als de hond de wenk na een paar seconden niet begrijpt, zal Cream de hond 'aanvallen' “.



Het is duidelijk dat Cream nooit iemand “plotseling aanvalt”.  Met een normale opeenvolging van waarschuwingssignalen geeft Cream de ergerlijke hond een kans om zich terug te trekken.  Het is alleen wanneer waarschuwingssignalen werden genegeerd dat Cream moest escaleren tot dreiging met geweld.  Dat wil zeggen al haar “aanvallen” naar iedere hond waren dreigingen, geen werkelijke aanvallen met de intentie om letsel toe te brengen.  Honden die letsel willen toebrengen doen dat met adembenemende snelheid en ingrijpen is in het algemeen niet mogelijk. Hoewel luidruchtig en schrikaanjagend, zijn de meeste “gevechten” een serie dreigementen, waarbij het voor de strijdende partijen volledig verboden is elkaar te bijten.


Toen ik telefonisch overleg had met Lee Anne, ging een van mijn eerste vragen over de “aanvallen” van Cream naar andere honden. Ik wilde weten hoeveel letsel ze de andere hond had toegebracht tijdens deze “aanvallen”.  In zijn lezingen over agressie maant Dr. Ian Dunbar trainers aan altijd te kijken naar, wat hij noemt de Gevecht/Beet ratio:  bij hoeveel gevechten is je hond betrokken en hoe vaak is een andere hond ernstig verwond door jouw hond?


Hij definieert zorgvuldig “ernstig verwond” als noodzaak om naar een dierenarts te gaan.  Een of twee toevallige gaatjes in de snuit, kop of oor is geen ernstige kwetsuur, meer een bijproduct van krachtig en snel flitsen met de tanden, wanneer de hond probeert een punt te scoren op een zeer luidruchtige en dramatische manier.  Het merendeel van de hond - hond confrontaties resulteert niet in een ernstige kwetsuur, hoewel ze buitengewoon angstaanjagend zijn voor getuigen.  Zelfs wanneer het aantal gevechten zeer hoog is, weet je, dat wanneer het aantal beten in deze gevechten laag of nul is, de hond zijn bijtrem gebruikt, een goed teken zelfs wanneer er problemen zijn die de gevechten veroorzaken en die om een oplossing vragen.


Van alle “aanvallen” van Cream naar andere honden, was er slechts één geweest die een gaatje had toegebracht aan de kop, een typische plek voor een toevallige, onbedoelde por van een tand. Zoals ik vermoedde uit de beschrijving van de eigenaresse, was Cream goed gesocialiseerd met zowel mensen als andere honden en had geleerd haar bijtrem te gebruiken, zodat haar “aanvallen “ – hoewel verontrustend voor alle betrokkenen – niet leiden tot enige schade bij de ongemanierde hond.



“... twee weken geleden, liep een jonge mastiff puppy weg van haar eigenaar en stormde naar Cream toe. Zij botste tegen Cream op (en het was alleen maar omdat ze heel erg opgewonden was – ze was niet agressief) en Cream begon te grauwen en te snauwen.  Vervolgens deed vorig weekend een zwarte labrador pup hetzelfde en Cream regeerde op dezelfde manier “.



Verborgen in dit gedeelte van de brief van Lee Anne staat een belangrijke opmerking: dat puppy's zich niet ongemanierd gedragen, ze zijn alleen “heel erg opgewonden “.  Ik blijf me altijd verbazen over de bereidheid van mensen om het ongemanierde gedrag van honden goed te praten en te rationaliseren in plaats van hen goede manieren te leren.  Deel van het ontwikkelen van goed sociaal gedrag is te leren, dat er andere mensen in de wereld zijn en bepaalde basisregels van beleefdheid altijd gelden, hoe opgewonden je ook bent.


Tijdens een speelsessie los van de lijn op ons terrein, begonnen twee volwassen honden op volle snelheid ruzie te maken, met als gevolg dat een van hen hard tegen een oudere hond botste, die met iets anders bezig was.  Met een luide snauw joeg hij een stukje achter de aanvaller aan om duidelijk te maken: “Kijk verdomme uit waar je loopt !”.


Een paar minuten later, terwijl het spel nog door ging, zagen we dat dezelfde jonge hond opnieuw op ramkoers lag met de oudere hond.  Het leek dat een nieuwe botsing en ruzie onvermijdelijk waren. Tot verrassing van velen die keken, gebruikte de jonge hond al zijn vaardigheden om de botsing te vermijden, handig afbuigend langs de oudere hond, die geen opmerking maakte.  De puppy had geleerd dat hoe opgewonden hij ook was door het spel, hij nog steeds de verplichting had om beleefd te zijn.


Wij zouden met opgetrokken wenkbrauwen kijken naar een moeder die een kind toestond in een kamer rond te rennen en daarbij mensen weg te duwen en die niets deed om het kind te kalmeren en die tegen degene die haar kind weggeschoven en weggeduwd had, zou zeggen:  “Hij was alleen heel erg opgewonden”.  Net zoals ouders verantwoordelijkheid dragen voor daden van hun kinderen, hebben hondeneigenaren een verantwoordelijkheid om hun puppy's te helpen om zich op een juiste manier te gedragen, niet om lomp gedrag te verontschuldigen.


Soms vereist dit dat we een jonge hond (of een hond van welke leeftijd dan ook) niet toestaan om te escaleren tot zo'n hoog niveau van opwinding of geprikkeldheid. Als vuistregel geldt, dat hoe opgewondener en emotioneler een hond wordt, des te minder hij in staat is helder te denken en op een juiste manier te handelen.  (Dit is ook waar voor alle andere dieren, inclusief mensen). Verstandige trainers weten dat wanneer de emoties hoog oplaaien, een afkoelingsperiode een goede keuze is om problemen te vermijden.  Soms is, om een jonge hond te helpen om te leren wat juist is, de steun van een normale goed gesocialiseerde hond nodig, die duidelijk kan maken wat de bedoeling is en die de puppy slechts een heldere boodschap inprent.


Normale honden zijn, net als normale mensen, vaak ongelooflijk tolerant ten opzichte van de bokkensprongen van jongeren.  Het tolerantie niveau is zeer individueel en afhankelijk van de ervaring van de hond met puppy's.  Honden zonder veel ervaring met puppy's zullen haast nooit zo tolerant zijn als honden die een groot aantal puppy's hebben zien komen en gaan.


Tolerantie niveaus zijn ook heel erg afhankelijk van de leeftijd van het jonge dier; wat geschikt gedrag is verschilt per leeftijd.  Wat we aanvaardbaar gedrag vinden voor een kind van drie jaar zouden we afkeuren op achtjarige leeftijd.  Honden hebben ook een tijdtabel in hun kop, puppy's onder de zestien weken kunnen zich gewoonlijk verbijsterende vrijheden permitteren tegenover een volwassen hond. Zoals Dunbar opmerkt, schijnt er een soort puppy-vergunning te zijn waarvan het bezit je toestaat om een ontzettende pestkop te zijn zonder veel gevolgen.  Na de leeftijd van 4 ½ maand loopt de puppy-vergunning af wanneer hormonale niveaus zich wijzigen en psychologische veranderingen optreden.  Vanaf dat moment beginnen volwassen honden langzamerhand meer beheerste, respectvolle benaderingen van de jongeren te eisen.


“Ik heb de hondentrainers van de klas in verlegenheid gebracht, omdat zij werkelijk niet weten wat ze hieraan moeten doen.  Cream is normaal zo'n lieve hond, volgt commando's goed op, is leuk met mensen.  Cream is ook geweldig met kinderen, en heeft een eindeloos geduld met hele kleine kinderen – zij kunnen aan haar oren trekken, haar stevig omhelzen, aan haar staart trekken – en Cream vindt het niet erg.  Cream gaat goed om met honden die kalm zijn, is zelfs vriendelijk naar ze, zwaait met haar staart en probeert ze zelfs over te halen met haar te spelen “


Laat ons dit een beetje veranderen en lezen:


Margaret gaat goed om met mensen die kalm zijn en zich goed gedragen en communiceert uitstekend met hen.  Ze heeft eindeloos geduld met en is vriendelijk naar kinderen, zelfs naar de blagen.  Maar wanneer luidruchtige, onaangename teenagers haar rond beginnen te duwen, wordt ze werkelijk vervelend – ze begint met hen te vertellen dat ze haar met rust moeten laten. Wat kunnen we daar aan doen?  Haar gedrag heeft ons in verlegenheid gebracht“.


Heb je hier iets aan? Natuurlijk niet.  Eén van de meest ongelooflijke aspecten van de vragen om advies voor Cream was de volledige nadruk op Cream als het probleem.  Niet één keer had de eigenaresse of de trainers verder gekeken dan Cream om de bron van haar probleem te vinden, ofschoon ze uiteindelijk “overactieve jonge honden” erkenden als de aanleiding.  Terwijl ze volkomen bereid waren het ongemanierde gedrag van de lompe honden te verontschuldigen, waren ze ook bereid het juiste gedrag als een probleem te beschouwen.


Ik vond het zeer deprimerend dat Lee Anne, op een verzoek om hulp via de e-mail lijst van de Golden Retriever vereniging, consequent van de vele “deskundigen” on-line het volgende antwoord kreeg: “Dit is geen normaal gedrag voor een Golden Retriever. Dit is een serieus probleem”.


Zowel bij een Golden Retriever als bij een ander ras kunnen elementen van het normale hondengedrag op de een of andere manier afgezwakt worden!  Het maakt niet uit welk ras, noch hoeveel genetische manipulatie bepaald gedrag hebben veranderd of geremd, een hond blijft een hond.  En de basis van hond versus hond communicatie blijft hetzelfde:  een gegrom betekent wegwezen in de taal van elk ras, een staart hoog gehouden en stijf kwispelen is een waarschuwing, op je rug rollen is een verontschuldiging, etc.


Cream handelde niet agressief; zij vertoonde normaal hondengedrag in antwoord op aanzienlijke ongemanierdheid.  Zij had nooit gegromd tegen ongemanierde honden tot zij haar persoonlijke zone binnendrongen en met haar contact maakten.  En zelfs de meest engelachtige van de Golden Retrievers zijn heel goed in staat tot grommen, snappen, bijten en tot andere vormen van communicatie, wanneer ze geconfronteerd worden met zulke ongemanierdheid.


Mijn ervaring is dat het vooral eigenaren zijn van rassen, die beschouwd worden als niet-agressief, die de meeste problemen veroorzaken in de hond- hond relaties.  Zij zijn zich er simpelweg niet van bewust, dat hun hond ongemanierd is.  De eigenaren van niet-agressieve rassen denken er totaal niet aan, dat ongemanierdheid vele vormen kan aannemen.  Iedereen kan zien dat een hond die uitvalt en gromt ongemanierd is.  Veel te weinig mensen erkennen, dat enkel in de persoonlijke ruimte van een andere hond komen – hoe aardig en rustig ook – even ongemanierd is in de hondenwereld.  Eigenaren van ongemanierde honden beschouwen de handelingen van hun honden niet als onbehoorlijk, zij zien slechts “vriendelijkheid”, alsof het gedrag van mensen die elkaar begroeten hetzelfde is als het begroeten van een ander hond – het is niet zo!  Dus de klassieke reactie is, “Hij wilde alleen maar 'hallo!' zeggen”.


Een goede vriendin van mij was zo'n toepasselijk geval.  Haar Sheltie was een rustig, bescheiden kereltje, die nooit enig agressief gedrag had vertoond naar een ander levend wezen.  Toch veroorzaakte deze hond herhaaldelijk indrukwekkende reacties van andere honden, gewoonlijk die van het Duitse ras, wanneer hij in hun persoonlijke zone trad.  Onvermijdelijk was mijn vriendin van afschuw vervuld van “die agressieve honden” en trok zich met haar Sheltie terug, terwijl ze niet vermoedde dat zij en haar hond het probleem waren.


Hoewel charmant en lief, was haar Sheltie buitengewoon ongemanierd en opdringerig; de antwoorden die hij kreeg van andere honden waren grotendeels zeer verdiend, ofschoon de honden van het Duitse ras onvermijdelijk de schuld kregen.  In elke klas die deze vrouw bezocht met haar Sheltie, moesten eigenaren van honden die zo'n ongemanierdheid niet toestonden, haar en haar hond steeds in de gaten houden.  En in iedere klas, was ze er zich totaal niet van bewust hoeveel mogelijke problemen moesten worden afgewend door alerte trainers, die eenvoudig hun honden weghaalden uit de door haar hond betreden persoonlijke zone van de andere hond.


Er speelden drie basis factoren:  het gebrek van de Sheltie aan socialisatie met honden, wat tot gevolg had dat hij volledig onwetend was over wat beleefd gedrag inhield ten opzichte van andere honden; de onjuiste opvatting van mijn vriendin dat haar “vriendelijke, niet-agressieve” hond nooit een probleem veroorzaakte; en het feit dat ze haar hond de vrijheid gaf om binnen te dringen in de persoonlijke ruimte van andere honden, zonder enige idee of begrip te hebben van hoe dat werd gezien door de honden die zich met hun eigen zaken bezig hielden.


Zij werd een veel verdrietiger en verstandiger trainer de dag, dat ze onnadenkend met haar Sheltie mijn roedel Duitse herders binnen wandelde, die vrolijk op hun eigen erf aan het spelen waren.  Ze maakte een paar ernstige verkeerde veronderstellingen.


Ten eerste veronderstelde ze dat, omdat het mijn honden waren, deze zes Duitse herders op de één of andere manier niets te maken hadden met de lastige kanten van roedelgedrag.  Om het even hoe goed getraind of gesocialiseerd een individuele hond is, wanneer dat individu een lid van een roedel wordt (en zes is beslist een roedel) veranderen de regels aanzienlijk. Roedelgedrag is gecompliceerd, vaak onverdraagzaam, maar een werkelijk onderdeel van hondengedrag.


Haar tweede veronderstelling was dat omdat elk van mijn honden haar hond alleen in huis ontmoet had, zij als groep, op het erf leuk met hem zouden omgaan.  Binnenshuis onder mijn toezicht is een heel ander scenario dan spelen op het erf zonder mijn toezicht.  Haar derde aanname was dat haar hond op de één of andere manier in staat was het hoofd te bieden aan een groepssituatie, zoals hij met overeenkomstige problemen was omgegaan met mijn herders afzonderlijk.


Mijn honden die zeer actief waren omdat ze uren binnen geweest waren en nu luidruchtig speelden, waren verbaasd haar en haar hond uit de richting van de schuur te zien komen – zij hadden haar en haar hond het laatst gezien in huis.  Zij stormden op haar af en in plaats van op zijn rug te gaan liggen en zich over te geven, wat het juiste antwoord was geweest, probeerde de Sheltie weg te rennen, kwam aan het einde van zijn riem en bleef toevallig zeer rechtop staan (lees “uitdagende houding” in hondentaal).


Ik vermoed, omdat ik mijn honden ken, dat zijn gebrek aan normaal gedrag samen met zijn voorheen vertoonde brutaliteit maakte dat deze ongewilde uitdaging de druppel was die de emmer deed overlopen. Gelukkig voor alle betrokkenen hadden mijn honden niet de bedoeling hem te verwonden – alleen om hem een paar basisregels bij te brengen.  Hij kwam er vanaf met alleen een klein wondje (later veel erger gemaakt toen hij zijn hechtingen er uittrok!) Zijn eigenaar werd gebeten toen ze die dag de laatste verkeerde beslissing nam – zij greep intuïtief in in de wervelende roedel om haar hond te redden en werd in haar hand gebeten.


Ze leerde een heleboel over hondengedrag die dag.  Hoewel ik de voorkeur had gegeven aan een andere manier om haar te leren wat ongemanierd gedrag was, stond ze er eindelijk voor open om te horen hoe ze haar hond had toegestaan zo ongemanierd te zijn.  Het was een complete verrassing voor haar.  Zij beschouwde haar hond als een volledig niet-agressief dier. Iedere keer wanneer ze me had horen praten over ongemanierdheid van honden ten opzichte van elkaar, had ze aangenomen dat alleen agressieve, onstuimige, luidruchtige honden ongemanierd waren.  Ze werd een veel bewuster en zorgvuldiger trainer, pas nadat mijn roedel haar het ingepeperd had.


Juist zoals het van mijn vriendin niet reëel was te verwachten dat mijn honden niet de onaantrekkelijke kanten van roedelgedrag vertoonden, waren de eigenaar van Cream en haar trainers niet reëel door van Cream hogere tolerantie drempels te verwachten dat zij van zichzelf zouden verwachten.  Dat ze een Golden Retriever betekent nog niet dat zij, of ieder ander typisch gering-agressief ras, ongemanierde honden moet toestaan om fysiek contact te maken?


Net zoals bij mensen, varieert de tolerantiedrempel van honden door wat ik noem de “gevoelsfactor”.  Denk eens aan deze situatie: je wandelt door een straat en een groep luidruchtige druk met zichzelf bezig zijnde teenagers – botst tegen je aan en gooit je tegen de grond. Glimlach je dan naar hen? Mompel je, “Kijk uit waar je loopt!“, terwijl je jezelf afborstelt? Laat je je misnoegen heel luid horen?


Alles hangt af van je tolerantiedrempel.  Die hangt ook af van je stemming, je gezondheid, de hoeveelheid stress in je leven etc.  Verbeeld je dat je net de loterij had gewonnen een ogenblik voordat ze tegen je opbotsten.  De kans is zeer groot dat je dan veel toleranter bent, dan wanneer je net terugkomt van een vergadering met de federale belastingdienst.  Wat als je een jaar eerder beroofd was door eenzelfde groep hooligans? De kans is groot dat je deze groep dan ziet als potentieel gevaarlijk, wat opnieuw je mogelijk antwoord op hun onbehoorlijk gedrag verandert.


Onze honden zijn niet anders.  Elke hond – van welk ras ook – heeft zijn eigen tolerantiedrempel en die drempel is variabel als resultaat van veel factoren, met inbegrip van basis raskenmerken. Sommige rassen zijn selectief gefokt om een zeer hoge tolerantie-drempel te hebben, omdat ze moeten werken in grote groepen.  Jachthonden zijn een voorbeeld van een ras dat speciaal geselecteerd is om hun tolerantie met andere honden. In het algemeen zijn waakhonden rassen die vanuit hun aard en taakomschrijving niet bedoeld zijn om in groepen te werken en hebben zij een sterker gevoel van persoonlijke ruimte, dus zijn ze veel minder tolerant tegenover ongemanierd gedrag.


Slechte ervaringen, zoals Cream in verschillende situaties had gekregen toen ze was aangevallen door andere honden, kan een hond heel gevoelig maken voor ongemanierd gedrag door andere honden.  Vanuit het standpunt van de hond, is er een reële mogelijkheid dat zulke onbeleefdheden kunnen leiden tot een werkelijke aanval – het is immers in het verleden al eens gebeurd. Gezondheidsproblemen kunnen een tolerantiedrempel van een hond ook beïnvloeden. Een hond die pijn heeft (hetzij gevoelige spieren door hard werken of spelen, hetzij van een ziekte als heupdysplasie, of het sluipend begin van artritis) zal veel minder tolerant zijn, dan wanneer hij zich goed voelt.


We kunnen niet van onze honden verwachten dat ze heiligen zijn – tenminste niet tot dat wij zelf tot dat niveau van tolerantie zijn gekomen.  En het is niet waarschijnlijk dat dit snel zal gebeuren. Wij kunnen verwachten dat onze honden tolerant zijn in die mate dat we ze opgevoed hebben, ze socialiseren en ze beschermen – met respect voor hun individuele behoeften en grenzen.


Naar mijn mening, heeft Cream werkelijk ontzettend geprobeerd om heilig te worden.  Zoals Lee Anne opmerkt antwoordt Cream, wanneer hij midden tussen de puppy's gezet wordt, door hen haar rug toe te keren.  Ik weet niet wat je nog meer kunt vragen van een hond, vooral van een die gestraft is, omdat hij deed wat nodig was tegenover onbeschofte jonge honden.


Wanneer Cream een hond was met een zeer kort lontje en een heel lage “gevoelsfactor” drempel, had ik me verplicht gevoeld haar te helpen vaardigheden te vinden om dat lontje langer te maken – al was het alleen maar om de stress in haar leven te verlagen.  Langer maken van lontjes is vooral belangrijk wanneer je de hond vraagt om te gaan met omstandigheden die zich typisch voordoen in een hondenschool en bij honden wedstrijden.  Maar waar ik “korte lontjes” tegen kom, vind ik gewoonlijk andere factoren die hiertoe bijdragen.  Dus kijk ik heel goed naar de relatie tussen hond en trainer (speciaal op het gebied van leiderschap en grenzen), de mate van zelfbeheersing van de hond en de socialisatie met andere honden.


Wanneer ik sprak over het verhaal van Cream met collega-trainers die ik respecteer, duikt één vraag steeds op: “Waarom werd het de andere honden in godsnaam toegestaan om tegen Cream op te springen?”.


Het is een belangrijke vraag.  Zoals ik erover denk, is een kritisch onderdeel van de relatie die ik heb met mijn dieren deze belofte: “Ik zal je beschermen”.  En naar beste kunnen zal ik deze belofte op geen enkel manier verbreken.


Een paar jaar geleden werd ik uitgenodigd om deel te nemen aan een hondenwandeling met het doel geld in te zamelen voor een goed doel.  Eén van mijn taken was de hele groep in het eerste stuk van de wandeling te leiden.  Ik had mijn oudste teef , Vali, uitgekozen om me te vergezellen. Terwijl wij wachtten, verzamelden zich honderden trainers in het park.  Veel honden waren erg opgewonden.


Sommige honden konden zich nauwelijks beheersen.  Vali lag heel rustig op  haar zij, het allemaal met grote tolerantie aan te kijken.


Een speciale hond viel mij op – een grote gele Labrador, die een klein kind achter zich aansleurde terwijl hij door de menigte liep.  Ik zag dat deze hond niet alleen iedere boom of bosje dat hij passeerde markeerde, maar ook verschillende broekspijpen van niets vermoedende mensen.  Meer bewuste trainers verzamelden rustig hun honden en gingen de gele Labrador uit de weg om op die manier een potentiële twist te vermijden.


Toen hij dichter naar ons toekwam, zag ik Vali haar kop naar hem toedraaien en heel stil worden. Haar ogen werden hard toen ze inschatte – heel nauwkeurig – wat voor een ongemanierde hond dit was.  Ik kon haar zien denken over mogelijke reacties, indien de Labrador zo ongemanierd zou zijn haar persoonlijke ruimte binnen te dringen (wat in zulke openbare situaties misschien op 60 – 90 cm van haar lichaam is).  Het enige ingrijpen dat nodig was, was een vriendelijke aanraking van haar kop en zeggen, “Ja ik zie hem en je hebt gelijk – hij is ongemanierd. Ik zal het afhandelen”.  Toen stapte ik een beetje vóór haar, zodat als hij naderde, hij allereerst tegenover mij kwam te staan. Onmiddellijk werd Vali rustig en ging weer kijken naar de menigte, ofschoon ze één oog op de gele Labrador bleef houden.  Gelukkig voor ons draaide de gele Labrador weg om ruzie te maken met een andere hond en het moment ging voorbij.


Er zijn andere manieren waarop ik had kunnen reageren.  Ik had het zeer juiste antwoord van Vali op de potentiële agressie kunnen zien en haar ruw kunnen vertellen, “Laat dat!” Naar mijn mening erkent of respecteert dat haar gevoelens niet; het toont vooral mijn eigen vrees om de controle over het gedrag van mijn hond te verliezen.


Ik had de subtiele signalen dat ze zich een beetje bezorgd maakte over gele Labrador kunnen negeren en wachten tot hij haar persoonlijke ruimte binnendrong en haar dan pas straffen omdat ze zichzelf tegen ongemanierd gedrag verdedigde.  Zoals ik erover denk zou dat mijn belofte breken om degene die ik lief heb te beschermen en de ene belediging op de andere stapelen door haar te straffen, omdat ze zichzelf beschermde.  Die belofte aan mijn honden nakomen betekent dat ik verplicht ben om te letten op elk teken dat zij zich onrustig gaan voelen over een bepaalde situatie en snel te handelen om hun zorgen op te lossen of te minimaliseren.


Jammer genoeg ontstaat bij veel honden die bestempeld zijn als “hond agressief”, een vicieuze cirkel tussen hond en trainer, door de wijze waarop met dit gedrag wordt omgegaan.  Het is te begrijpen dat de trainer verrast is wanneer zijn hond enig teken van agressief gedrag vertoont. Hij begint dan de omgeving voortdurend te onderzoeken op alles wat dit gedrag weer zal kunnen veroorzaken.  Hij wordt hyper-alert op elke teken van een potentieel probleem, houdt de lijn stevig en zeer strak vast om zijn “agressieve hond” in toom te houden.


Zijn bezorgdheid en het stevig vastgehouden van de strakke lijn doet de angst en agressie van de hond toenemen en loopt gewoonlijk precies uit op het gedrag dat men wilde vermijden. Verraderlijker is echter de boodschap naar de hond dat zijn trainer zeer veel aandacht heeft voor de omgeving, maar niet voor de hond!


In een van mijn cursussen stelde een vrouw haar terrier Brisky voor met de klacht dat hij “agressief was naar honden”.  In werkelijkheid had Brisky heel weinig socialisatie gehad terwijl hij losliep, was erg bang voor andere honden, en zijn hele “agressie” was niets meer dan een verdedigend optreden.  Als hij een keuze had gehad zou Brisky met genoegen de kamer verlaten hebben en naar huis zijn gerend.


De vrouw leek op een geheim agent op een presidentiële missie – ze stopte nooit met het rondkijken in de kamer naar een eventueel probleem.  Zou die of die persoon opstaan en met haar hond langs Brisky lopen?  Zou die hond zich omdraaien, gaan liggen en Brisky aanstaren? Ze zag potentiële narigheid in iedere kleine verandering of beweging van een andere hond.  Waar ze nooit naar keek was naar Brisky zelf.  Het gevolg was dat zijn “plotselinge”uitbarstingen als een verassing voor haar kwamen.


Ik vond het heel erg jammer voor Brisky.  Hij zond vele signalen naar zijn eigenaar uit, dat hij bezorgd en bang was. Maar al zijn boodschappen werden allemaal genegeerd tot hij zich zo gespannen voelde dat hij zichzelf verdedigde op de enige manier die hij kende.  Het is heel moeilijk om je veilig en beschermd te voelen, wanneer de persoon waar je bij bent, geen aandacht voor je heeft.


Kijk eens naar het volgende scenario:  Een moeder en haar kind wandelen in een druk winkelcentrum.  De moeder is heel erg op haar hoede voor de menigte, en houdt eventuele gevaren voor haar kind goed in de gaten.  Het kind ziet een vrouw die lijkt op de slechte heks uit een lievelingsboek. Angstig reikt het kind naar de hand van haar moeder, maar die is zo druk met het verkennen van de menigte dat zij het kind negeert.  Wanneer de “slechte heks-vrouw”, dichterbij komt grijpt het kind dwingender naar de hand van de moeder.  Maar haar moeder antwoordt niet.  De drukte dwingt de “slechte heks-vrouw” vlak langs het kind te lopen, dat nu gek van angst, luid schreeuwt.  De moeder verrast door het schijnbaar onverklaarbaar gedrag van het kind, vraagt boos, “Wat is er met jou aan de hand? “


Wat zou er gebeurd zijn wanneer het angstige kind haar hand naar haar moeder had uitgestoken. Ze een geruststellend kneepje en een glimlach had gekregen.  Terwijl haar moeder naar haar keek, om te zien wat er aan de hand was?  Wat was er gebeurd, als de moeder de tekenen van bezorgdheid op het gezicht van haar dochter had gezien en gestopt was om te vragen, “Wat is er mis? “ en dat, wanneer ze het probleem zag, zich zo manoeuvreerde dat ze tussen de “slechte heks-vrouw”en het kind stond, wanneer zij haar voorbij moesten lopen.


Bij welk kind denk je dat de angst het grootst was – het kind waarvan de moeder haar negeerde tot zij schreeuwde van angst , of het kind waaraan de moeder aandacht schonk?  Vertrouwen in een relatie is gebaseerd op het geloof dat ons gedrag gezien en beantwoord wordt, ofschoon niet altijd helemaal begrepen. In mijn ervaring hebben honden waarvan de eigenaren vroege tekenen van onbehagen erkennen, ze beantwoorden en er naar handelen, een diep vertrouwen in de bekwaamheid van de eigenaar om hen in bijna elke situatie te beschermen.


Al werkend met mensen zoals de eigenaresse van Brisky, is mijn doel hen te laten kijken naar de hond, niet naar de hele omgeving.  Wanneer hun aandacht naar buiten is gericht, in plaats van naar de hond, missen ze de eerste signalen dat hun hond zich onbehaaglijk voelt en hulp nodig heeft.  Des te eerder de hond antwoord ontvangt op datgene dat hij voelt, geholpen wordt om te gaan met de situatie, en een duidelijk bewijs krijgt dat jij zijn zorg begrijpt en je ermee bezig wil houden voor zijn bestwil, des te minder waarschijnlijk is het dat zijn gedrag escaleert tot dramatische uitingen.  Dit geldt zowel voor een hond als Vali die gelooft dat een ongemanierde hond een toontje lager moet zingen of voor een hond als Brisky die bang is.


Ik moedig trainers aan om heel actief te zijn bij het beschermen van hun hond – dat kan betekenen rustig weglopen naar een veiliger gebied of, wanneer dat niet mogelijk is letterlijk fysiek er tussen stappen om de eerste verdedigingslinie vormen.  Tussen twee honden in gaan staan is een klassieke daad van leiderschap.  Honden doen het voortdurend ten opzichte van elkaar, dus wanneer hetzelfde gebaar komt van een menselijke leider wordt het begrepen en gewaardeerd.


Brisky ontspande zich zichtbaar toen zijn eigenaresse op hem begon te letten en niet alleen op de omgeving.  Op het einde van de dag, was hij veel toleranter in situaties die hem van tevoren aangezet hadden tot zijn uitbarstingen.  Er bestond geen twijfel over, dat hij zich veiliger voelde – iemand luisterde eindelijk naar wat hij te zeggen had, en bood hem hulp (zoals zijn lichaamshouding veranderen en op die manier zijn emotionele stemming) wanneer hij het nodig had.


De eigenaresse liet weten dat ze zich kalmer voelde omdat ze wist dat Brisky haar liet weten hoe hij zich voelde, en dat zij hem kon helpen, voordat hij de noodzaak voelde om zichzelf te beschermen. In plaats van de wereld rondom haar voortdurend in de gaten te houden, kon ze zich ontspannen en zich alleen concentreren op wat Brisky haar vertelde over de wereld zoals hij die zag.


De eigenaresse van Cream zou een onbeleefd kind nooit op de kop van Cream laten timmeren of haar met een stok laten slaan. Zij zou geen hardvochtige vreemdelingen naar Cream toe laten lopen en om haar te schoppen.  Geen bezorgde eigenaresse zou ooit een ander menselijk wezen iets met haar hond laten doen, dat de hond noodzaakte om zichzelf te beschermen (ik ga niet in discussie over de gruwelijkheden begaan in naam van training, en de psychologie waarom eigenaren toestaan dat hun honden dit aangedaan wordt).


Toch, had, net zoals veel andere liefhebbende hondeneigenaren, Lee Anne niets gedaan om haar hond te beschermen tegen andere ongemanierde honden.  Het is vooral aan de instructeurs te wijten dat Cream niet beschermd werd.  Lee Anne keek heel vanzelfsprekend naar de instructeurs om leiding te krijgen.  Wanneer zij niet tussenbeide kwamen wanneer een hond zich ongemanierd gedroeg tegenover Cream, hoe kon Lee Anne dan weten dat ze moest ingrijpen? Als zij het gedrag van Cream als een probleem omschreven, dan begon Lee Anne – ofschoon van streek en niet in staat om de betekenis ervan in te zien – ook een probleem te zien. Gelukkig voor Cream keek Lee Anne verder om zich heen toen ze hulp en advies zocht voor haar hond.  Niet alle eigenaren werken zo hard om een antwoord te vinden dat het onplezierig gevoel in hun hart, dat zegt, “Hier klopt iets niet”, doet verdwijnen.


Naar mijn mening, is een instructeur niet alleen verantwoordelijk voor het onderricht van honden en eigenaren, maar moet ook iedere hond beschermen tegenover andere deelnemers aan de klas. Dit vereist een steeds toenemend begrip van honden-gedrag, en aandacht voor subtiel gedrag dat voorspelt dat er onderhuids iets broeit.


Gedurende ons gesprek stelde Lee Anne de onvermijdelijke vraag:”  Maar hoe kan ik andere honden beletten om ongemanierd tegen mijn hond te zijn ?”.


Er is geen gemakkelijk antwoord op deze vraag.  Hoe bewust en toegewijd een trainer ook is, het is niet mogelijk om andere honden te laten ophouden met ongemanierd te zijn – of meer specifiek, het is niet mogelijk om alle trainers te leren dat zij hun honden niet ongemanierd mogen laten zijn.  Ik denk dat ongemanierdheid en onbeleefdheid wijd verspreid zijn en naar mijn beste weten is er geen gezamenlijk overheidsprogramma om brutaliteit en onbeschoftheid uit te bannen. ( Als er een was zou Capitol Hill spoedig een spookstad zijn....)


Hier is mijn advies hoe je om moet gaan met de “gevoelsfactor”


1.     Socialiseer je hond grondig met andere honden; kies voor puppy's speelmaatjes van dezelfde leeftijd en volwassen honden die goed gesocialiseerd zijn.  Dit betekent los van de lijn socialisatie, niet snuffelende neuzen aan het einde van de riem.  Hoe meer ervaring een hond heeft met andere honden, des te verfijnder zijn beoordeling zal worden over wat onbeleefd of ongemanierd gedrag is en hoe er het beste op kan worden gereageerd.  Hij zal ook leren hoe hij zelf een beleefde hond moet zijn.  Wanneer een hond niet gesocialiseerd is of niet goed gesocialiseerd kan worden, wees dan reëel over wat je van hem kunt verwachten in zijn contacten met andere honden.  Dit kan betekenen dat je je trainings- of je wedstrijddoelen moet veranderen om eerlijk tegenover je hond te zijn die niet in staat is met de stress van deze situaties om te gaan


2.     Wanneer je hond wordt gesocialiseerd onder bevel of leiding van iemand anders, wees dan voorzichtig.  Sommige instructeurs en trainers zijn verbijsterend onwetend over basisgedrag, en niet in staat een positieve socialisatie situatie te creëren.  Wanneer je je onprettig voelt met de situatie, leidt dan je hond weg.  Een slechte ervaring van slechts een paar seconden kan een blijvende indruk achterlaten, speciaal bij een jonge hond.


Alleen los lopende honden met elkaar laten spelen is geen socialisatie.  Er moet toezicht zijn en ingegrepen worden wanneer er een potentiële situatie ontstaat voor problemen.  De instructeur moet zowel aandacht besteden aan iedere individuele hond als aan paren of subgroepjes binnen de hele spelersgroep.  Wanneer een hond te opgewonden raakt is het tijd om hem vriendelijk vast te pakken en hem uit de spelersgroep te halen.  Laat hem eerst rustig worden voordat hij weer mag spelen.  Wanneer een angstige hond bijna over de rooie gaat, moet je hem uit de groep halen.  Geef hem tijd om rustig te worden en moed te verzamelen,voordat je hem terug in de groep zet.  Wanneer een bepaalde hond of groep honden samenspant tegen een andere hond, is het tijd om de blagen uit elkaar te halen.


Instructeurs moeten groepen zorgvuldig inschatten en geen ongeschikte honden bij elkaar brengen.  Bijvoorbeeld, een onstuimige Labrador puppy moet niet samengebracht worden met een verlegen Sheltie pup.  Sinds Labrador pups lijken op een kanonskogel gekruist met een gedrogeerde Sumo-worstelaar en als gevolg daarvan, houden van extra stevig lichamelijk contact ( bij voorkeur midden in de lucht, met grote snelheid) kan de meer gevoelige Sheltie snel overdonderd worden en heel misschien gewond raken door de Labrador pup.  Niet alleen laat dit een zeer slechte indruk na bij de Sheltie, maar het kan de Labrador pup ook leren dat ongemanierdheid acceptabel is.


3.     Kijk naar je hond.  Je hond zal je alles vertellen wat je moet weten over zijn indruk van de wereld. Wanneer je samen met hem bent, wees dan werkelijk samen.  Geef aandacht aan zijn gedrag. Ga zelf zodanig staan of laat je hond zodanig staan, dat de hond altijd binnen je gezichtsveld is.  Controleer je hond dikwijls.  Wanneer hij ergens bezorgd over is, vind dan uit waarom.  En help hem dan. Bescherm hem.


Leer om de kleine, subtiele, signalen te herkennen die hij laat zien op een voorbeeldige rustige manier.  Dat kan zo eenvoudig zijn als het optillen van een oor,een wenkbrauw optrekken, even de adem inhouden of de spieren aanspannen.  Elke hond is verschillend – leer de lichaamstaal van jouw eigen hond te lezen.


Wanneer je niet naar je eigen hond kunt kijken, in een situatie waarin er een mogelijk probleem is, zet hem dan ergens waar het veilig is.  Ik heb veel te veel onnodige incidenten zien gebeuren omdat een trainer verdiept was in een gesprek of geboeid was door wat er in de ring gebeurde en zijn hond die naast hem stond negeerde.


Wanneer de aandacht van een trainer ergens anders is, dan noem ik dat op een Braille manier trainen – dat betekent, alleen weten dat er nog steeds druk op de lijn is en de hond dus nog steeds aanwezig is.  Zonder dat je het weet, kan de hond zelf ongemanierd handelen of proberen een ongemanierde hond te vermijden.  Train je hond bewust, niet alleen door de lengte van je riem.


4.     Wees pro-actief in het beschermen van je hond.  Wanneer je een hufter ziet en zijn ongemanierde hond draait zijn kop naar jou toe, doe dan je best om je hond te beschermen.  Indien mogelijk loop rustig weg.  Vraag je hond zachtjes om mee te komen. Denk er om dat je gewoon blijft ademen en ontspannen blijft.  Laat je eigen angst over een mogelijke ruzie geen negatieve invloed op je hond hebben.  Wanneer je niet weg kunt lopen, probeer dan de stommeling te laten stoppen.  Ga tussen de hufter en je hond staan. Indien nodig vertel je de naderende persoon luid en vastberaden dat jouw hond niet goed kan opschieten met andere honden.In nauwe straten waar er werkelijk geen mogelijkheden zijn om uit te wijken, bescherm je je hond met je eigen lichaam. (Weet je nog dat tusssen twee honden  in gaan staan een daad is van beschermend leiderschap)Wanneer het nodig is vertel je de stommeling om “alstublieft zijn ongemanierde hond onder controle te houden”.  Hij zal je waarschijnlijk vuil aankijken (stommelingen geloven zelden dat zij of hun honden ongemanierd zijn en zijn verrast wanneer zij vinnig worden toegesproken), maar de kans is groot dat hij er een hele vertoning van maakt om zijn hond onder controle te krijgen, of tierend van je wegloopt.


DOEN tegenover NIET DOEN


NIET-DOEN:  een onverdraagzame en weinig gesocialiseerde hond naar een puppyklas of een andere groep van nog ongemanierde  en onopgevoede honden brengen wanneer je weet dat hij niet kan omgaan met puppy's, domheid of ongemanierdheid!


NIET-DOEN:  je hond in een situatie brengen waarop jij of hij niet voorbereid is om mee om te gaan.


NIET-DOEN:  een ongemanierde puppy of hond los laten lopen samen met een onverdraagzame volwassen hond.


NIET-DOEN:  verwachten dat je hond iedere hond die hij ontmoet aardig zal vinden (tenminste zolang jij ook niet iedere persoon die je ontmoet aardig vindt).


NIET-DOEN:  je hond toestaan om opgewonden of ongemanierd te worden – help hem om een geschikter gedrag te vertonen of haal hem kort weg uit de situatie die dit veroorzaakt.


NIET-DOEN:  andere mensen toestaan hun honden ongemanierd tegen jouw hond te laten zijn .


NIET-DOEN:  je hond negeren of negeren wat je hond je vertelt over zijn gevoelens.


NIET-DOEN:  een hond straffen omdat hij een andere hond zegt weg te gaan.


NIET-DOEN:  een volwassen hond bestraffen omdat hij een puppy eraan herinnert om zich netjes te gedragen.


NIET-DOEN:  je trainings- of wedstrijddoelen boven gezond verstand laten gaan – wees altijd eerlijk tegen je hond.


DOEN: respecteer het feit dat je hond zijn persoonlijke ruimte nodig heeft en er recht op heeft.


DOEN:  socialiseer je hond zodat hij zich goed gedraagt in de omgang met andere honden.


DOEN:  accepteer de onverklaarbare hekel die je hond kan hebben aan een andere hond.


DOEN: werk aan de tolerantie-drempels van je hond door herhaaldelijke positieve ervaringen


DOEN:  leer zelf voortdurend meer over normaal en passend hondengedrag in elke situatie.


DOEN:  bedenk van te voren hoe je zult omgaan met moeilijke situaties, mensen of honden.


DOEN: verdien het vertrouwen van je hond door je te houden aan je belofte hem te beschermen.


DOEN:  geef aandacht aan je hond wanneer je bij hem bent.


DOEN:  sta er op dat je hond zich beleefd gedraagt.


DOEN:  respecteer dat de individuele behoeften van je hond overeenkomen met of juist niet overeenkomen met  je trainings- of wedstrijddoelen.


DOEN:  laat altijd je hond op de eerste plaats komen – al je hoop, dromen, titels en doelen, ze betekenen allemaal niets, wanneer je de noden, angsten en werkelijkheid van je hond negeert.


DOEN:  kom tegemoet aan en respecteer de noden van je hond, of je ze wel of niet deelt.  (Weet je nog dat je moeder 's-nachts het licht in de hal aanliet toen je een kind was?  Het was waarschijnlijk niet omdat zij bang was in het donker).

Join the Discussion

comments powered by Disqus

Product Tags

Use spaces to separate tags. Use single quotes (') for phrases.

Additional Information

Year No
Topics No
Author Suzanne Clothier
Presenters No

Reviews

Only registered users can write reviews. Please, log in or register