Selecteren op Vitaliteit

Door Suzanne Clothier
Vertaling door Jan Tholhuijsen


Een manier om de vitaliteit van een individuele puppy te bepalen tijdens de relatief rustige eerste week van zijn leven.


De eerste week van het leven van een puppy begint met de geboorte. Wanneer hij afgedroogd is, gewogen en gecontroleerd op gebreken, begint de serieuze fokker met het selectieproces dat uiteindelijk bepaalt welke puppy's hij zelf houdt. Welke hij verkoopt als honden om mee te fokken of mee te showen en welke geplaatst zullen worden als huishond. Het moment na de geboorte is een belangrijk ogenblik om met dit proces te beginnen. Helaas zijn veel fokkers zich hier niet van bewust en kunnen zij het gedrag van de pasgeboren puppy, dat een indicatie is voor de toekomst, niet interpreteren. Een eenvoudige test kan helpen om de grote verschillen tussen de pasgeborenen te begrijpen. Deze test bekend als de biotinustest ( latijn voor “vitaliteit”) zou een routinehandeling bij iedere geboorte moeten zijn. Het zou beschouwd moeten worden als een gegeven, net zoals gewicht, algemene conditie en sekse. Wanneer de navelstreng eenmaal is doorgeknipt en de puppy is afgedroogd, is hij klaar voor zijn eerste maaltijd. Zet de puppy op een afstand van twee keer zijn lengte van de tepels van de teef, zijn kop van haar weggedraaid. Eenmaal neergezet in die houding, neem je de tijd op die het duurt voordat de puppy zich heeft omgedraaid, zich goed georiënteerd heeft en naar zijn eerste maaltijd is gekropen.


 


De teef moet op een normale manier met haar puppy om mogen gaan en niet aangemoedigd of ontmoedigd worden. Menselijk ingrijpen maakt dat de uitkomst van de biotinustest niet accuraat wordt weergeven. De reacties van de teef zijn ook een onderdeel van de erfelijke eigenschappen die de puppy van haar meekrijgt. Een teef die zich met haar puppy's bemoeit, op zo'n manier dat ze niet in staat zijn om zonder hulp te drinken, is een “zelf-beperkende geval”. In de vrije natuur zou zo'n gedrag het haar onmogelijk maken om met succes haar genen door te geven aan haar nakomelingen. Er dient goed over nagedacht te worden of een dergelijke teef en haar nakomelingen in de toekomst nog gebruikt moeten worden om mee te fokken.


Sommige puppy's kruipen verbazingwekkend snel naar hun eerste maaltijd, terwijl anderen verbijsterend langzaam zich oriënteren en gaan eten. Maak het je gemakkelijk en kijk naar iedere puppy. Op die manier leer je de aangeboren vitaliteit van iedere puppy kennen. Daarmee begint het proces om iedere puppy als individu te onderscheiden.


Waarde van de Test


Veel fokkers knippen niet alleen zelf de navelstreng door en drogen de puppy af, maar negeren nog op andere manieren de eigen moederrol van de teef. Ze pakken ook iedere puppy op en zetten hem in de juiste stand voor de eerste maaltijd. Sommigen die verstandiger zijn maken het zich gemakkelijk, tot een van de puppy's langzamer is dan de anderen. Dan, zonder er bij na te denken, grijpen ze in met een welgemeende diervriendelijke ingreep. Waarom niet? “Hij had alleen een beetje extra hulp nodig”, is dikwijls het antwoord, wanneer fokkers een puppy met een probleem ervaren. Zelfs met de beste verzorging onder optimale omstandigheden zal er vroeg of laat wel een puppy bij zijn die een beetje hulp nodig heeft.


Of een fokker het zich wel of niet realiseert, zo'n puppy helpen kan lange termijn gevolgen hebben voor je fokprogramma, tenzij de vitaliteit al is beoordeeld en meegenomen is in de criteria om te bepalen welke puppy hij zelf houdt. Wat zijn de implicaties van de wijd verbreide acceptatie van menselijk ingrijpen in het natuurlijk proces? Fokkers moeten zich heel goed bewust zijn van iedere variabele die uiteindelijk een bepaalde hond zal beïnvloeden. Het heeft gevolgen voor zowel zijn status als huisdier als voor zijn status als fokmateriaal en daarmee voor de toekomst van het fokprogramma.


Is het verstandig om zich te bemoeien of te helpen met zaken als bijvoeding of voeden met een slangetje, of zoiets schijnbaar onschuldigs als een puppy aan een tepel leggen? Wanneer je zoiets doet, ontken je misschien dat de honden niet zo sterk zijn als ze zouden moeten zijn. We kunnen ervan uitgaan dat we aan onze honden een heleboel onnatuurlijke situaties opdringen. Te beginnen met hun eten, huisvesting en zelfs het kiezen van een partner. Dat is nu eenmaal het leven van een tot huisdier gemaakte hond. Wanneer fokkers kijken naar voorbije en toekomstige generaties, doen ze dat met het oog op het realiseren van verbeteringen op lange termijn. Wellicht niet in het ras als geheel, maar wel in hun eigen lijn. De ideale vuistregel is: “In de vrije natuur zou deze puppy zonder mijn inmenging overleven”. Dat is natuurlijk in de ideale wereld. Waarom besluit een fokker dan, wanneer er een probleem is, om te helpen of juist niet tussenbeide te komen?


De meeste fokkers staan heel afwijzend tegenover de stelregel “laat de natuur zijn gang gaan” en toe te kijken terwijl een puppy sterft. Niemand wil graag dat puppy's doodgaan. Ik zou willen voorstellen dat een fokker zoveel hulp biedt, dat hij er zich prettig bij voelt. Hij moet zich dan wel goed realiseren dat hulp nodig was en daarmee rekening houden bij de uiteindelijke beslissing of het een hond wordt om mee naar een show te gaan of dat het een huishond wordt. Niet zo heel lang geleden werden in Duitsland Duitse herders, Rottweilers en andere rassen uit praktische overwegingen gedood door degenen die het ras voor degeneratie trachten te behoeden. Daarbij werden bepaalde criteria toegepast, om vast te stellen welke puppy's geschikt waren om geregistreerd te worden als fokdieren. Behalve duidelijke lichamelijke gebreken (gespleten gehemelte, abnormale lichaamsdelen etc.) zijn criteria om de puppy te doden: de vitaliteit bepaald door de biotinus test vlak na de geboorte en een toename of afname van het gewicht binnen 48 uur na de geboorte. In Amerika vindt deze praktijk niet plaats. In plaats daarvan neigen de meeste fokkers naar het maken van een onderscheid tussen puppy's naar geschiktheid als huisdier of als fokdier. Daarvoor moeten fokkers andere methoden gebruiken om er zeker van te zijn dat hun fokdieren werkelijk vitale honden zijn, die in het wild zouden overleven.


Een Oordeel Vellen


Gebruik de resultaten van de biotinus test tezamen met de toename in gewicht de eerste 48 uur na de geboorte om de vitaliteit van de puppy te bepalen. Veel puppy's blijven de eerste dag op gewicht of verliezen een beetje van hun geboortegewicht, maar krijgen het weer terug en nemen in gewicht toe na 48 uur. Fokkers moeten dat opnemen in hun verslag en het zorgvuldig afwegen als de puppy volwassen wordt, tegen andere criteria zoals beweeglijkheid, totale structuur en temperament.


Door mijn eigen nest jonge honden en door kennis van ervaringen van andere fokkers, heb ik veel geleerd over het belang van de allereerste bepaling van vitaliteit. Een teef in het bijzonder is een duidelijk voorbeeld hiervan. Bij haar geboorte was ze bijzonder klein voor haar ras en had (en kreeg) aanvullende voeding nodig in de eerste vier dagen. Met dit menselijke ingrijpen ging ze snel vooruit en hoewel ze altijd klein bleef was ze een normale actieve pup. Toen het tijd werd om te bepalen welke teef ze zou houden om mee te fokken verkoos de fokker deze kleine teef boven een die bij de geboorte sterker was. De keuze was alleen gebaseerd op haar gevoel en ze hield geen rekening met het duidelijke gebrek aan vitaliteit in het begin. Terwijl voeding, omgeving en erfelijkheid bijdroegen aan het verloop van de voortplanting die volgde, had het kiezen van een puppy met een fysiek sterker begin de teef en de eigenaar een heleboel ellende bespaard. De eerste keer beviel ze met enige moeite van vijf puppy's. De keer daarop kreeg ze baarmoederontsteking en in plaats van een operatie, werd ze hormonaal behandeld om het probleem op te lossen. Bij een nieuwe bevalling bracht ze drie puppy's voort met een keizersnee, gevolgd door geen contracties meer van de baarmoeder. Twee puppy's waren dood geboren. De derde leefde, maar had een paar kleine afwijkingen aan de achterste ledematen.


Een jaar later baarde de teef opnieuw, deze keer had ze een speciaal dieet gekregen en de juiste lichaamsbeweging. Ze bracht zonder problemen zeven gezonde puppy's ter wereld. Maar ze kreeg acht dagen na de bevalling buikgriep. waardoor een spoedoperatie nodig was. Hoewel ze de ingreep overleefde verloor ze alle belangstelling voor haar puppy's en was een aanzienlijke inspanning nodig om ze in leven te houden. Haar volgende worp, een jaar later, leverde acht puppy's op, vier geboren met de keizersnee nadat de baarmoeder geen contracties meer vertoonde. (De teef had geen speciale voeding gekregen en had niet de lichaamsbeweging gehad, zoals bij haar derde nestje) Tijdens de keizersnee werd vastgesteld dat de toestand van de baarmoeder zo slecht was dat verwijderen aangeraden werd en dit werd ook gedaan.


Welke betekenis heeft deze geschiedenis? Zelfs wanneer ze bij de geboorte een normale vitale pup was geweest dan nog zou haar dieet en de omgevingsfactoren dezelfde resultaten opgeleverd hebben. Maar het is in deze geschiedenis vooral belangrijk dat een variabele werd genegeerd bij het maken van de selectie van fokmateriaal. Sinds fokkers al meer dan genoeg problemen hebben, kunnen ze zich niet veroorloven een criterium te negeren, dat kan helpen om te bepalen in welke honden zij het beste tijd, emotie, energie en geld kunnen investeren als fokdieren.


Een vluchtige blik door enige tijdschriften van verschillende rassen laat zien dat honden veel te jong sterven. Heel vaak zijn het honden die veel prijzen gewonnen hebben en die een fokprogramma hebben kunnen beïnvloeden. Naast de normale zorgen over heupen en ellebogen, temperament en een heleboel kwaaltjes moeten fokkers er ook voor zorgen dat de dieren die zij fokken de krachtigste zijn die zij kunnen voortbrengen. Fokkers moeten er altijd naar streven de vitaliteit van de puppy's te handhaven en te verbeteren De eerste week is voor de puppy relatief rustig. Maar voor de fokker is het de tijd waarin het selectieproces van puppy's moet beginnen.


Weken daarna ,wanneer de puppy's door de tuin banjeren en de ogen van de fokker onweerstaanbaar getrokken worden naar die speciale teef of het grote mannetje met de schitterende hoofdtooi, zal hij ook de allereerste “vitaliteit” in gedachten moeten houden. Misschien kun je met de spectaculaire, maar minder vitale puppy, een heleboel winst behalen. Maar wat zul je daardoor op lange termijn toegevoegd of verbeterend hebben aan de kracht en vitaliteit van je fokprogramma? De ideale balans tussen vitaliteit temperament en schoonheid is het kenmerk van een werkelijk goede hond.


************************************************


Oorspronkelijk verschenen in de AKC GAZETTE van Juni 1987

Join the Discussion

comments powered by Disqus

Product Tags

Use spaces to separate tags. Use single quotes (') for phrases.

Additional Information

Year No
Topics No
Author Suzanne Clothier
Presenters No

Reviews

Only registered users can write reviews. Please, log in or register