Uitkiezen van een Trainingsuitrusting
March 8, 2017
Waarom Mag Je Geen Snoepje Van Een Baby Afpakken (Als Hij Het Goed Vindt)?
March 8, 2017

Waarom Fluffy niet kan Springen

Door Suzanne Clothier
Vertaling door Jan Tholhuijsen

NOOT:  Eerste van een vierdelige serie over springen die oorspronkelijk verscheen in het Off Lead tijdschrift.

Van alle oefeningen die wij onze honden laten uitvoeren, wordt springen het slechtst begrepen, het minst getraind en is het de oorzaak van de meeste problemen die zich voordoen bij behendigheid en gehoorzaamheid.  Dit is de eerste van een serie artikelen over verschillende aspecten van het springen van honden. In toekomstige artikelen wordt uitvoeriger ingegaan op diverse aspecten.  Nu kijken we meer in algemene zin naar problemen die bij het springen kunnen ontstaan.

Meer dan tien jaar lang heb ik naar honden gekeken die sprongen.  Ik keek naar grote honden, kleine honden, puppy’s en oudere honden.  Naar honden met de meest uiteenlopende gestalte en grootte.  Ik keek naar het springen onder heel veel verschillende omstandigheden. Ik vond drie basisoorzaken van problemen:bij het springen:  fysieke, geestelijke en mechanische.  (De vierde oorzaak zijn de trainers, maar daar wordt in een ander artikel op ingegaan).

Fysieke problemen kunnen structuur van het lichaam of functie betreffen of beide. Ik sta er steeds versteld van hoe weinig de gemiddelde trainer weet over structuur.  Veel trainers zeggen tegen me: “Ik maak me geen zorgen over fysieke zaken.  Ik heb een gemotiveerde hond”.  Deze benadering is niet zinvol en kan ernstige gevolgen hebben voor de hond.  Wanneer een coureur van de Indianapolis 500 Mile Race zegt dat mechanische details hem totaal niet interesseren, maar dat hij zijn auto eenvoudig heeft gekozen omdat hij zo snel was, zouden we verbaasd staan.  De coureurs die winnen begrijpen niet alleen hoe ze goed moeten rijden, maar ook hoe en waarom hun auto een dergelijke prestatie levert.  Stel je voor dat dezelfde coureur vertelt dat hij de grootste en krachtigst motor die hij kan vinden gaat uitkiezen om die in een Volkswagen Keever in te bouwen.  Je hoeft geen mechanisch genie te zijn om in te schatten dat dit geen winnende combinatie zal worden.

Hoe gemotiveerd een hond ook is, wanneer zijn fysieke lijf niet overeenkomt met de “machine”van zijn geest, zullen er problemen ontstaan.  Helaas voor honden kunnen het problemen zijn die niet onmiddellijk, maar op de lange termijn optreden.  Daardoor negeren trainers vaak structurele problemen.  Hoe meer je van een hond verwacht, hoe meer je moet weten over structuur.  Dit vraagt studie en praktijkervaring.  Toch brengen veel trainers die ik ontmoet heb, liever veel uren door met naar videotapes kijken van de laatste hardloopwedstrijden, dan met het opdoen van kennis over het functioneren van het lichaam van de hond.

Functioneren behelst de feitelijke werking van het lichaam van de hond.  Soepelheid, spiersterkte en uithoudingsvermogen zijn allemaal functionele kwaliteiten.  Hoe mooi de bouw van een hond ook is, wanneer hij niet volledig functioneert, zullen er problemen ontstaan.  Een hond met een middelmatige bouw die volledig functioneert kan gemakkelijk winnen van een meer correct gebouwde hond die niet volledig functioneert.  Structuur en functie zijn GEEN synoniemen.

Wij weten allemaal wat functionele beperkingen zijn.  Pauzeer even om naar je eigen lichaam te kijken.  Doet je nek een beetje zeer?  Hoe staat het met die vervelende knie of geïrriteerde enkel?  Ben je zo flexibel als je zou moeten zijn?  Het cumulatieve effect van leeftijd, stress en leefstijl leidt tot functionele beperkingen.  Ons lichaam functioneert niet meer zo goed of gemakkelijk als we graag zouden willen.  De pijn en ongemakken die wij ondervinden zijn misschien niet voor anderen zichtbaar, maar zij eisen wel hun tol.  Afhankelijk van de werkdruk zijn we sneller moe, gewond of geïrriteerd en niet gemotiveerd omdat we ons niet op ons gemak voelen.

Onze honden verschillen in dat opzicht niet van ons.  Maar zonder stem om te klagen over pijn en ongemakken worden de functionele moeilijkheden misschien niet opgemerkt.  Ze worden dan beschouwd als dominantie, weerstand, domheid of zelfs als armzalig temperament. Hoewel je structuren niet kunt veranderen, kun je heel veel doen om het functioneren te verbeteren. Massage, oprekken van de spieren, verbetering van de conditie, dieren chiropraxie en het begrijpen van de fysiologie zullen je helpen om doeltreffender te coachen en het beste uit je hondenatleet naar boven te halen.

De geestelijke aspecten van het springen omvatten: het begrijpen van de opdracht, een systematische verbetering van de kennis van de manier waarop de hond springt en van de emoties van de hond.  De trainer met karakteristieke problemen bij het springen heeft slechts een vaag begrip van wat springen inhoud.  Hij meent dat het voor de hond betekent: “je lichaam over de hindernis gooien”.  Dat is een vrij elementair kennisniveau en is gelijk aan de opvatting dat autorijden betekent gas geven.

De hond moet leren om zijn passen te verlengen of te verkorten, de breedte en de hoogte van de sprong in te schatten, een diagonale of andere lastige aanloop te nemen en zijn snelheid aan te passen (naar beneden of naar boven).  Dit is afhankelijk van de opstelling van eerdere en volgende hindernissen.  Soms moet hij dat doen terwijl hij iets in zijn bek heeft. (een schijnbaar eenvoudige opdracht die in werkelijkheid een diepgaande invloed heeft op de springstijl van de hond).  Kinderen leren eerst het alfabet en dan afzonderlijke woorden, voordat ze hele zinnen, paragrafen en boeken kunnen lezen.  Zo moeten ook honden leren springen waarbij ze eerst de basisbeginselen leren, voordat het geheel samengevoegd wordt.  De systematische benadering bevordert stapsgewijs het begrip en de vaardigheden van de hond. Daarnaast is de toegevoegde waarde, dat hij meer vertrouwen krijgt en zijn fysieke conditie verbetert.

Aan de emotionele toestand van de hond wordt als kritisch element van een atletische prestatie vaak voorbijgegaan.  Emoties hebben een krachtige invloed op ons lichaam zoals iedere wedstrijdrijder weet.  Een vlotte prestatie leveren binnen de familiekring is een ding. Het is heel iets anders om lichaam en geest samen te laten werken onder stressvolle omstandigheden. Onze honden hebben hetzelfde probleem.  Toch houden wij soms geen rekening met het feit dat de emotionele toestand van de hond zijn atletische prestaties beïnvloedt.  Hoe fysiek gezond of grondig getraind een hond ook is, wanneer hij bang, verward, overdonderd of zelfs geweldig opgewonden is, kan hij zijn lichaam niet ten volle inzetten.

Mechanische oorzaken die problemen bij het springen kunnen veroorzaken, hebben te maken met de ondergrond, met visuele aspecten en de opeenvolging van hindernissen voor en na een sprong.  Daarnaast heeft het te maken met de echte ruimte die voor de hond beschikbaar is voor, na en tussen sprongen.  Zachte, verdiepte en/of gladde ondergrond maakt springen voor de hond moeilijk en potentieel gevaarlijk.  Wat voor ons een geschikte ondergrond lijkt, hoeft niet geschikt te zijn voor een hond die springt.  Het oordeel van honden verschilt van dat van ons. De hond ziet het springen in een heel ander perspectief.  Belichting, achtergrond, schaduwen en vorm of kleur van het springtoestel kunnen het springen moeilijker maken.  Voor honden die aan behendigheid doen waarbij het springtoestel opdoemt in een serie hindernissen, kan springen moeilijker zijn, vooral als de richting steeds verandert. Ruimte tussen springtoestellen is cruciaal.  Een middelgrote, zich snel bewegende, hond heeft 40 -50 cm. nodig tussen twee toestellen.  Trainers en scheidsrechters beseffen vaak niet dat de beperkte ruimte tussen de toestellen het de hond moeilijk maakt om te springen.

Diervriendelijke training is niet louter een kwestie van vriendelijke en motiverende technieken. Diervriendelijke training begint met begrip van en respect voor de vaardigheden van de hond en zijn beperkingen.  Springen is fysiek en mentaal veeleisend.  Omdat we zo ver afstaan van de echte werking van het lichaam van de hond, vergeten we soms, als we naar de hindernis wijzen en zeggen “Hoog!”, hoeveel we van hem vragen.  Ik hoop dat deze serie artikelen trainers zal aanmoedigen om kritisch stil te staan bij het ingewikkelde vraagstuk van het springen. Na te denken over verschillende trainingstechnieken en meer te leren om hun honden veilig en gezond te houden.


By choosing to download this article you agree to our article usage terms

“UitkWaarom Fluffy niet kan Springen” by Suzanne Clothier

Download Now